009                                                           

O.-L.-VROUWEABDIJ van POSTEL


De abdij van Postel in de gemeente Mol is toegewijd aan O.-L.-Vrouw. Ze is de kleinste van haar twee andere Kempische zusterabdijen. De drie werden ongeveer in dezelfde tijd gesticht, tussen 1130 en 1138. Postel heeft maximum een honderdtal kloosterlingen geteld. Alle norbertijnenabdijen hebben een belangrijke invloed gehad in de kerstening van de Kempen en voor het behoud van het katholicisme in de moeilijke tijden van de godsdiensttroebelen van de 16de eeuw. In deze abdij gaat onze bijzondere aandacht naar haar inplanting in de natuur, de rustige sfeer, de geest van gastvrijheid en de Romaanse abdijkerk. De luchtfoto is overgenomen van de website van de abdij.

010

Eindeloze weiden en bossen onder zuiver hemelsblauw nodigen uit tot tijdeloze wandelingen.

011

Wat geschiedenis.

Vóór 1138 De priorij van Postel werd gesticht door de norbertijnenabdij van Floreffe, op het kruispunt van de wegen van Breda naar Keulen en van ‘s Hertogenbosch naar Leuven. De kloosterlingen hadden als taak: zielzorg, koorgebed, onthaal van reizigers, ontginning van de streek, landbouw en armenzorg. De abdij ligt nog altijd in een uitgestrekt bosgebied. Een schilderij in het Kontaktcentrum stelt de vroegere toestand van het gebied voor.

1190 De abdijkerk wordt gewijd.

1618 Met de steun van de aartshertogen Albrecht en Isabella wordt de priorij een abdij met

Rombout Colibrant als eerste abt.

1797 Met de Franse revolutie worden de kloosterlingen verdreven en de gebouwen verkocht.

1847 De abdij herleeft.

1905 De gebouwen worden gerestaureerd en nadien verbeterd en uitgebreid.

1956-60 Bouw van het Kontaktcentrum en de nieuwe bibliotheekvleugel.

012

Een van de kenmerken van de norbertijnen is hun gastvrijheid. Boven een deur staat de spreuk ‘Pax ingredientibus – Vrede aan allen die hier binnenkomen’. Het glas weerspiegelt de binnenkoer, waarin zoveel gasten genieten van de rust en een moment van herbronning naar de diepte van hun bestaan.

013

POORTGEBOUW en BINNENPLEIN

Het poortgebouw (begin 17de eeuw) opent een doorkijk naar het binnenplein.

014


Het bronzen kruisbeeld herinnert aan Charles Graaf de Broqueville (Postel 1860-Brussel 1940), die eerste minister van België was van 1914 tot 1918 en van 1932 tot 1934. Hij ligt begraven op het kerkhof van Postel. De portierswoning is als ‘Huyze Colibrant’, de naam van de eerste abt, een winkeltje voor religieuze voorwerpen en aandenkens.

015

Het binnenplein heeft achteraan het abdijhuis ‘Kontaktcentrum’, geopend in 1970. Het is geschikt voor het verblijf van gasten en allerlei bijeenkomsten.

016

Aan de overkant van het Kontaktcentrum staan de oudere gebouwen, omgevormd tot het Gasthof  ‘De Beiaard’ en vergaderzaal (1960). Het binnenplein vormt een oase van rust en schoonheid, afgesloten van de drukte van buiten de poort.

017

Het wandelpad van het binnenplein naar de abdijkerk loopt voorbij het Kontaktcentrum, de pastorie en het kloostergebouw, met in het midden de witte abtswoning (1713) met de refter (1743) in rococostijl. Op de hoek van het Kontaktcentrum staat in baksteen het wapenschild van de abdij, gevormd door drie molenijzers, waarschijnlijk afkomstig van het molenrecht dat de abdij bezat. De wapenspreuk van de abdij luidt: ‘Cruce vincit veritas – De waarheid overwint door het kruis’.

018

De gevel van de abdijrefter (1743) is een van de weinige gebouwen inde zuivere rococo in de Kempen.

019


ABDIJKERK


De abdijkerk met als patroon Sint-Nicolaas dateert van de het einde van de 12de eeuw, en is de oudste kerk van het bisdom Antwerpen. Ze is opgetrokken in de Rijnlandse stijl met de bruine tufsteen van het Eifelgebergte. Vooral aan de oostzijde van de buitenkant is de laatromaanse stijl duidelijk te herkennen. In de koorapsis vinden we de typische opbouw van die stijl terug: rondbogen, zware muren zonder steunberen en onderbroken door lisenen (banden die vanaf de grond doorlopen tot aan de gootfries), kleine vensters, een gootfries met kleine boogjes, een piramidaal dak. Aan de bovenste lichtverdieping van de kerk is te zien dat in 1626 de romaanse vensters werden vervangen door gotische.

020

De bakstenen westertoren (1769) werd na een blikseminslag in 1883 herbouwd.

021

Het kerkinterieur heeft, ondanks de laatgotische aanpassing in 1626, de sfeer van een Romaanse kerk bewaard: duister, intiem, stevig als de burcht van de Heer der heren. De kerk heeft drie beuken, geen dwarsbeuken en een diep koor.

022

Het koor werd gewijzing door het altaar, dat achteraan in de apsis stond, naar voren te brengen. Sedert de vernieuwing van de liturgie door het Tweede Vaticaans Concilie (1962-65) staat de voorganger naar het volk gekeerd. Aan het altaar verloopt de tafeldienst.

023

Hier is het een tafelaltaar, een vorm die past bij het vieren van de eucharistie als rondom de tafel van de Heer. Het altaar is bedekt met een wit lijnwaden doek. Bij het altaar staat de paaskaars, gewijd tijdens de Paaswake als symbool van de Verrezen Christus. Op of nabij het altaar staan kaarsen, verwijzend naar Christus die zich noemt ‘het Licht van de wereld’ (Johannes 8, 12). De woorddienst, het eerste deel van

de eucharistieviering, gebeurt aan de lezenaar.

024

Een modern bronzen staankruis of processiekruis staat naast het altaar. De Griekse letters Alfa en Omega zijn het symbool van Christus: ‘Ik ben de Alfa en de Omega, de oorsprong en het einde’ (Apokalyps 21, 6).

025

Het grote triomfkruis hangt aan de triomfboog tussen het kerkschip en het koor. Sedert het Edict van Milaan in 312, waardoor keizer Constantijn de godsdienstvrede instelde, is het kruis hét openbare kenteken van de christenen geworden. Het kruis verscheen op de kerktorens en als triomfteken boven het altaar in de kerken. De gestorven Christus draagt de doornenkroon, vertoont de vijf wonden, heeft de ogen gesloten en het hoofd gebogen. ‘Toen Jezus van de zure wijn genomen had, zei Hij: ‘Het is volbracht.’ Daarop boog Hij het hoofd en gaf de geest’ ( Johannes 19, 30).

Op de vierlobbige uiteinden van het kruis worden de gevleugelde symbolen van de vier evangelisten voorgesteld: bovenaan de arend voor Johannes, onderaan de engel voor Matteüs, rechts het rund voor Lucas en links de leeuw voor Marcus. De symbolen zijn afgeleid van het begin van hun evangelie. Ze worden ook de Apokalyptische dieren genoemd, omdat ze in het visioen van het hemelse hof staan voor de troon (vgl. Apokalyps 4, 6-8).

026

De glasramen in de apsis van het koor stellen voor: in het midden de gekroonde  O.-L.-Vrouw, patrones van de abdij, met links Sint-Norbertus, stichter van de Orde, met een monstrans en onder zijn voeten de ketter Tanchelm, en rechts Sint-Nicolaas, patroon van de abdijkerk, met de drie geredde kinderen in een vat.

027

Het koorgestoelte (1630) werd geplaatst door abt Colibrant bij het zelfstandig worden van de abdij.

028

In het koorgestoelte komen de norbertijnen samen voor het koorgebed (brevier): zoals ‘s morgens om 6u45 voor de Lauden en ’s avonds om 18 u voor de Vespers. Dat gebed bestaat hoofdzakelijk uit een hymne, enkele psalmen, een lezing en gebeden. De foto met de norbertijnen is genomen van de website van de abdij.

029

De preekstoel heeft vooraan de voorstelling van een lerende Christus met het evangelieboek in de hand. Hij is omgeven door een mandorla, een amandelvormige heiligenaureool, met daarin de Alfa en de Omega, de eerste en laatste letter van het Griekse alfabet. De letters zijn het symbool van Christus als ‘de eerste en de laatste, de oorsprong en het einde’ (Apokalyps 22, 13). In de hoeken zijn de gevleugelde symbolen van de vier evangelisten afgebeeld. Ze zijn afgeleid van het begin van hun evangelie: de mens voor Matteüs, de arend voor Johannes, de leeuw voor Marcus en de stier voor Lucas. Zie ook bij het Triomfkuis.

030

De barokke orgelkast (1712) werd het laatst hersteld en uitgebreid tot 27 spelen door  P. Pels van Herselt (1972-73).

031

De abdijkerk toont duidelijk het onderscheid tussen de Romaanse en de gotische architectuur. De oorspronkelijke Romaanse onderbouw van de abdijkerk met de rondbogen en de apsis.

032

Door de aanpassing van 1626 werden de gewelven in de gotische stijl vernieuwd en de Romaanse lichtgeleding werd opengebroken door grotere gotische vensters. Deze vervanging is ook aan de buitenzijde te zien.

033

De grootste sluitsteen bevat het gekroonde monogram van Maria, waaruit een stralenkrans ontspringt.

34

De neogotische gebrandschilderde ramen (begin 20ste eeuw) stellen verhalen voor uit het leven van Sint-Norbertus, o.a. hij wordt priester gewijd.

035

Sint-Norbertus ontvangt de kloosterregel uit de handen van Sint-Augustinus.

Augustinus (354-430) is een kerkleraar en een van de vier grote westerse kerkvaders. Hij werd geboren in Tagaste in Noord-Afrika. Zijn vader was een heiden en zijn moeder Monica een christin. Na zijn losbandige studententijd bekeerde hij zich te Milaan onder invloed van bisschop Ambrosius. Naar Afrika teruggekeerd, stelde hij zijn schrandere geest in dienst van de Kerk en schreef diepzinnige werken. Hij werd bisschop van Hippo, waar hij met zijn priesters als in een klooster samenleefde. Op hun vraag schreef hij de ‘Regel van Sint-Augustinus’, die later veel Orden en Congregaties om zijn veelzijdigheid als basis voor hun kloosterleven hebben aanvaard. Het stoffelijk overschot van Augustinus berust in Pavia. Het beroemde gezegde van Augustinus uit zijn Belijdenissen luidt: ‘Onrustig is ons hart totdat het rust vindt in U’. Feestdag: 28 augustus.

036

De Heilig-Sacramentskapel in de linkerzijbeuk biedt de gelegenheid voor een rustig moment van gebed en bezinning op de route, symbool van onze levenstocht naar ons goddelijk Einddoel. Het glasraam in de zijkapel toont Jezus als de Goede herder (vgl. Johannes 10, 11).

037

Centraal op het vergulde tabernakel staat een beeltenis van het H. Hart van Jezus. Het witstenen retabel verwijst naar de inhoud van de eucharistie. Het heeft bovenaan een Calvarie met daaronder het Lam Gods dat in een kelk zijn bloed vergiet; links het Laatste Avondmaal; rechts de Verrezen Jezus bij de leerlingen van Emmaüs (vgl. Lucas 24, 13-35).

038

De altaartafel heeft vooraan drie symbolen van de eucharistie: de toonbroden, de pelikaan en de ark van het verbond.

039

De kruisweg (1962) is een werk van Broeder Max, Victor van Meerbeeck, broeder van liefde. Hij combineerde de 14de statie, de graflegging op de voorgrond, met de Verrijzenis, de kleine figuur op de achtergrond. Hij bekomt voor deze duistere kerk een krachtig lichteffect door op een gouden achtergrond de figuren te schilderen op een zandbed.

040

Het Sint-Norbertusaltaar van de rechterzijbeuk. Zijn beeld staat centraal op het stenen retabel, met aan weerskanten een heilige bisschop van de Orde: Sint-Isfridus van Ratzeburg (links, +1190) en Sint-Evermodus. Romaanse sfeer!

41

De goed bewaarde Romaanse poort was een van de oorspronkelijke ingangsdeuren van de abdijkerk. De dwarsbalk in zwarte steen vormt bovenaan een driehoek om de druk op de deurstijlen af te leiden.

042

Het dubbelkapiteel met uitgesneden loofwerk en ingeschubde ingewerkte kwartzuil en een glad vrijstaand kolommetje vertonen verwantschap met de stijl van Rijnland-Keulen. De poort is enkel te bezoeken bij een rondleiding of op aanvraag.

Meer over de Romaanse en gotische stijl: www.kerknet.be/toerisme Klikken op Architectuur.

043

In een kleine kapel achteraan in de kerk wordt een beeld van O.-L.-Vrouw vereerd. Maria wordt voorgesteld als Koningin.

044

BINNENKOER en KONTAKTCENTRUM

Door de bouw van het Kontaktcentrum en de nieuwe bibliotheekvleugel (1956-60) ontstond een gesloten binnenkoer, omgeven door de abdijgebouwen, gedomineerd door de beiaardtoren. De binnenkoer wordt enkel bezocht tijdens een geleid bezoek.

045

De prachtige beiaardtoren (1610) in Brabantse renaissancestijl werd gebouwd door abt Colibrant. Aan de zuidkant is een zonnewijzer aangebracht (1840, vernieuwd 1960). De beiaard (1947) van 47 klokken speelt om het kwartier.

046

De abdij heeft een rijke bibliotheek van ongeveer 15.000 werken, waarvan 5.500 van vóór de 17de eeuw. Bekend is de verzameling oude atlassen.

047

Aan de zuidkant van de binnenkoer staat het Kontaktcentrum. Zalig genieten onder de galerij.

048

In de oude brouwerij (1611), gebouwd door abt Colibrant, wordt  geen bier meer gebrouwen. Het heerlijke abdijbier Postel wordt gebrouwen in het Brabantse Opwijk.

049

Kapel van het Kontaktcentrum.

050

De kapel heeft een originele vorm, uitgewerkt in steen, glas en hout. Het rotsaltaar is een oude vorm en symboliseert Christus als de rots: ‘Heer, mijn rots, mijn vesting en bevrijder, mijn God, steenrots waarop ik vlucht’ (Psalm 18, 3).

051

Het Mariabeeld in de kapel van het Kontaktcentrum.

052

Het tabernakel heeft op de deur het Griekse woord ICHTHUS, wat vis, symbool van de eucharistie, betekent en samengesteld is met de beginletters van Jezus Christus Zoon van God Verlosser. Een rustige kapel om te verwijlen bij de Heer, steeds ongezien maar werkelijk aanwezig op onze levensweg.

053

Een ‘Open Kontaktcentrum’: bezinningsdagen, retraites, conferenties, studiedagen, congressen…

054

Gebedsgroepen, gezinsgroepen, bezinningsdagen voor jongeren, verblijf als gast……

055

Gasten genieten van het park in de schaduw van de bomen en het lichtspel in de fontein.

056

In de bar laaft het Abdijbier van Postel de dorst.

057

KAAS en GEZONDHEID

De Postelse abdijkaas, in de abdij gemaakt, behoort tot het beste van de Belgische kazen die verbazen.

059

De abdij bezit een merkwaardige kruidentuin, en verbouwt de ginseng.

060

In het laboratorium geschiedt het onderzoek en de verwerking. Een klein museum laat de bezoeker daarmee kennis maken. De zuivere ginseng is te koop in de Abdijwinkel.

061

In het Gasthof ‘De Beiaard’ komen gasten en toeristen genieten van Kempische streekgerechten. In de Kerstperiode wordt het terras omgebouwd tot een levende Kerststal.

062

BEELDEN UIT HET KLOOSTERINTERIEUR

Abdijrefter in rococostijl (omstreeks 1750).

063

Neogotisch kloosterpand.

064

Doorkijk vanuit kloosterpand naar beiaardtoren.

065

Gotisch O.-L.-Vrouwebeeldje in kloosterpand (13de -14de eeuw) in de karakteristieke gotische S-vorm.

066

Kloostergang met portretten van de abten.

067

Kapittelzaal. Muurbanken voor de paters, zetel voor de abt en lezenaar voor de lector.

068

Kloosterkapel. Neogotische glasramen: Sint-Norbertus met monstrans en de verslagen ketter Tanhelm en Sint-Augustinus met het brandend en met een pijl doorboorde hart, als symbool van de liefde tot God en de evennaaste. Dat steunt op een beroemd citaat uit zijn Belijdenissen: ‘Gij hebt ons met uw liefde getroffen en zoals pijlen die in ons hart vastzitten, dragen wij uw woorden in ons’.

069

Kloosterkapel. Neogotische glasraampjes in de vensters met de apostelen. Hier Sint-Paulus met het evangelieboek en het zwaard, verwijzend naar zijn onthoofding te Rome, en Sint-Petrus met twee sleutels, symbool van de sleutelmacht die Christus hem gaf (vgl. Matteüs 16, 19).

070

Kloostertuin met kerktoren.

071

Eucharistieviering in de abdijkerk: zon- en feestdagen: 10.00 - weekdagen: 11.30

Vespers: 18.00

072

In de buurt van Postel ligt Retie met de neogotische Sint-Martinuskerk (1872), die bediend wordt door de abdij van Postel. De toren (15de eeuw) bezit de kenmerken van de Kempische baksteengotiek.

073

Het mooie kerkinterieur bezit een merkwaardig meubilair, waaronder een doopvont (12de eeuw) en barok beeldhouwwerk, vooral afkomstig van de voormalige priorij van Korsendonk (Oud-Turnhout).

Meer info over de abdij van Postel: www.abdijpostel.be