Open brief aan Minister President Balkenende
Open brief aan Minister President Balkenende
Wednesday, October 29, 2008
Amsterdam, 28 okotober 2008
Betreft: een beroep op rechtvaardigheid en menselijkheid
Geachte Minister-president,
Mijn naam is Samuel Lee, een burger van het Koninkrijk der Nederlanden, een christelijke leider, een socioloog en een persoon die opkomt voor de rechten van de minder gestelden en onderdrukten in onze samenleving. In de afgelopen twaalf jaar heb ik mij als christelijke leider ingezet voor de zogenoemde “illegale” migranten in Nederland. Ik ben daarbij in aanraking gekomen met, onder andere, Ghanezen, Nigerianen en Filippijnen, die een onzichtbaar leven leiden onder moeilijke en erbarmelijke omstandigheden. Ik schrijf u deze brief in de hoop dat de overheid serieuze rekenschap zal geven van deze ongedocumenteerde migranten die in onze mooie Nederland verblijven.
Vele migranten zijn in Nederland onzichtbaar omdat het rechtssysteem hun heeft gekwalificeerd als “illegaal” en “ongedocumenteerd” (termen die ik overigens niet wens te hanteren). Toch zijn deze “ illegalen” en “ongedocumenteerden” onmisbaar. Onze kapitalistisch georiënteerde economie heeft een situatie gecreëerd waarin beide ouders gedwongen zijn te werken, met als gevolg dat zij geen tijd hebben om door te brengen met hun kinderen of met elkander. Om dit probleem te ondervangen, wordt door de middenklasse en welgestelden in de Nederlandse samenleving gebruik gemaakt van de “ongedocumenteerde” migranten. Zij worden ingezet als huishoudelijke werk(st)ers, voor het wassen, strijken, schoonmaken en het oppassen, zonder deze migranten daarbij enige rechten toe te kennen. Omdat zij niet rechtmatig in Nederland verblijven, worden zij, in de maatschappij waarin zij leven, blootgesteld aan verschillende vormen van onrechtvaardigheid en mishandeling.
Deze onzichtbare migranten, deze niet-erkende burgers van Nederland, werken dermate hard, dat zij de tijd noch de energie hebben om zich te gedragen als criminelen. Toch worden deze onschuldige migranten als criminelen onderworpen aan onredelijke politieoptredens, waarbij zij elk willekeurig moment worden gearresteerd. Vele van deze onzichtbare migranten, die ik heb ontmoet, zijn zodanig (psychologisch) mishandeld door politie, justitie en burgers, dat zij hun huis (dat in de meeste gevallen slechts een kamertje is) niet meer uit durven komen.
Zo worden zij overvallen door de “ware criminelen”, die ervan uitgaan dat ongedocumenteerde migranten niet beschikken over een bankrekening en derhalve contant geld bij zich zullen hebben. Zij overvallen deze migranten in hun huizen, wetende dat zij uit angst geen aangifte zullen doen.
Het treurt mij dat in Nederland, het land van Anne Frank, vandaag de dag velen een leven leiden dat niet veel anders is dan het leven dat zij in haar laatste jaren geleefd heeft. Deze tijd kent haar eigen Anne Franken, die echter anders dan Anne Frank, in de vergetelheid zijn geraakt. Te vaak heb ik te maken gehad met migranten die, levend in zoveel angst, een einde aan hun leven maken door onder een metro te springen of van een flatgebouw te springen. Hoeveel migranten zullen moeten sterven als de ongedocumenteerde Ghaneze man, die wilde ontsnappen aan immigratiedienst door van een balkon te springen?
Waardige Minister-president, waarom denkt u dat deze onzichtbare mensen in Nederland wonen? Deze migranten zijn het resultaat van een onrechtvaardige en onmenselijke wereldhandel die niet alleen recentelijk, maar reeds eeuwen geleden zijn sporen heeft nagelaten. West-Europese landen, waaronder Nederland, hebben in de laatste paar honderd jaren in grote mate invloed gehad op sociale, economische en politieke ontwikkelingen op wereldwijd niveau. Nog niet eens zo lang geleden hebben deze West-Europese landen hun grondgebied uitgebreid door letterlijk de wereld onder elkander te verdelen, door kolonisatie, door maximale exploitatie van natuurlijke en menselijke bronnen, slavernij, slavenhandel en dit alles in de naam van God, de kerk en Christendom. Zij rechtvaardigden hun handelen door hun geloof in God, door te geloven dat aan hen het mandaat was toegekend om de wereld te regeren, de wereld te veroveren en over mensen te heersen ten behoeve van hun eigen economisch belang. Als Europa vandaag de dag diamanten heeft, dan is dat dankzij Afrika! Als Europa vandaag de dag cacao heeft, dan is dat dankzij Afrika! Waardige Minister-president, ik wil u eraan herinneren dat de Nederlanders, die grote delen van de wereld hebben veroverd, destijds ook immigranten waren. Zij werden niet verwacht, zij waren niet uitgenodigd. Toch kwamen deze immigranten, misbruikten zij de inheemse volkeren, maakten slaven van hen en putten hun grondstoffen uit. Dit is niet slechts een misdaad, dit is een misdaad tegen de menselijkheid.
Velen zullen mij vertellen dat het verleden het verleden is, dat we nu in andere tijden leven en dat we moeten vergeven en vergeten. Vergeven kunnen we inderdaad, maar vergeten mogen en kunnen we niet. Het is niet zo eenvoudig als het verleden vergeten en verder gaan. De sociaal-economische en politieke ontwikkelingen in het verleden hebben een onevenwichtige wereld geschapen. Een wereld van onrechtvaardigheid. Een wereld waarin de welgestelde twintig procent van de wereldbevolking, tachtig procent van alle grondstoffen consumeert. Een wereld waarin elke zeven seconden een kind sterft aan ondervoeding. Een wereld waarin het merendeel van de bevolking in armoede leeft en waarin slechts een kleine groep geniet van de welvaart die is gebouwd op de ruggen van de zogenoemde derde wereld landen. Het zijn de zonen en dochters van die slaven en inheemse volkeren van de gekoloniseerde landen, die vandaag de dag naar Nederland komen. Zij zijn hier omdat zij willen overleven. Het is universele recht om samen met ons hier in Nederland een normaal leven te leiden.
Het is onmenselijk dat een gigantisch Nederlands olieconcern, waarvan ik de naam niet eens hoef te noemen, de olie wegpompt uit Nigeria en de bevolking achterlaat in een vervuild en ecologisch verwoest land met scheve sociale verhoudingen en armoede als enige erfenis. Elke keer dat u en ik onze auto’s voorzien van benzine moeten we ervan bewust zijn dat die benzine afkomstig is uit een ontwikkelingsland. We houden van de Nigeriaanse olie maar we hebben geen respect, in welke vorm dan ook, voor de onschuldige Nigerianen die in Nederland leven.
We houden van de Filippijnen, de lage lonen voor werknemers en de Filippijnse vrouwen die het zware huishoudelijke werk verrichten in onze huizen, maar we houden toch iets minder van ze als het gaat om visa’s, verblijfsvergunningen en andere nodige papieren.
De zogenaamd prominente multinationale bedrijven en concerns van het Westen, inclusief die van Nederland, dumpen hun oude elektronische apparatuur in Ghana, vervuilen hun rivieren, hun zeeën en hun grondgebied, laten vergiftigde kinderen achter en dit alles onder het mom van hulp aan een ontwikkelingsland. Het zijn de leiders van deze concerns die de criminelen zijn, niet de ongedocumenteerde vreemdelingen. Niet de Ghaneze die hotelkamers schoonmaakt voor het geld dat zij terugstuurt naar haar familie, opdat zij kunnen overleven in de omringende armoede, veroorzaakt door de hebzucht van de grote westerse multinationals. Is het niet normaal dat deze mensen proberen te overleven, te leven en hun familie te helpen hetzelfde te doen? Dat is de reden waarom deze onschuldige mensen hier zijn.
Waardige Minister-president, u vertegenwoordigt een partij, die een naam draagt beginnende met het woord “christen”. Ik pleit dan ook dat u als een christelijke broeder een einde maakt aan deze onevenwichtige en onrechtvaardige situatie door deze onzichtbare medemensen de mogelijkheid te bieden deel uit te maken van onze maatschappij als erkende vreemdelingen die rechtmatig in Nederland verblijven. Dit is onze christelijke taak. God houdt van immigranten. Hij zorgt voor hen en vraagt u om hetzelfde te doen. Gods liefde voor immigranten kan in de bijbel worden samengevat in vijf kernpunten.
God heeft een bijzondere liefde voor vreemdelingen - Deuteronomium 10:18.
Vreemdelingen behoren niet te worden onderdrukt - Exodus 22:21, 23:9 en Leviticus 19:33-34.
Vreemdelingen behoren gelijke bescherming te genieten - Leviticus 24:22, 25:35, Deuteronomium 1:16-17, 24:17-21.
Vreemdelingen behoren de kans te krijgen gelijke verantwoordelijkheden te dragen - Exodus 20:8-10, Numeri 15:14-26.
God veroordeelt staten indien deze vreemdelingen onderdrukken - Psalmen 94:6, Ezechiël 22:7 & 29.
Gods liefde voor immigranten blijkt met name in Deuteronomium 10:14-20: “De Heer, die vrij kan beschikken over de hoogste hemel en over de aarde en alles wat daarop leeft, heeft toch alleen voor úw voorouders liefde opgevat en uit alle volken juist u, hun nazaten, uitgekozen! Besnijd daarom uw hart en wees niet langer halsstarrig. Want de Heer, uw God, is de hoogste God en Heer. Hij is de grote, de machtige, de ontzagwekkende God. Hij handelt zonder aanzien des persoons en is onomkoopbaar; hij verschaft weduwen en wezen recht, neemt vreemdelingen in bescherming en voorziet hen van voedsel en kleding. Ook u moet vreemdelingen met liefde behandelen, want u bent zelf vreemdelingen geweest in Egypte. Toon ontzag voor de Heer, uw God, dien hem, wees hem toegedaan en zweer alleen bij zijn naam.”
Minister-president, ik verzoek u het volgende:
dat alle ongedocumenteerde vreemdelingen met een eigen vergoeding toegang kunnen krijgen tot het zorgstelsel;
dat kinderen van ongedocumenteerde vreemdelingen geen onderwijs wordt ontzegd;
dat ongedocumenteerde vreemdelingen enkel en alleen worden gearresteerd op dezelfde gronden waarop Nederlandse burgers worden gearresteerd, en
dat het thans geldende generaalpardon van toepassing is op alle vreemdelingen, niet slechts de asielzoekers.
God zal uiteindelijk zijn oordeel vellen over iedere staat die op onrechtvaardige wijze met immigranten omgaat. Ik hoop oprecht dat Nederland niet tot die staten behoort.
Met vriendelijke groet,
Pastor Dr. Samuel Lee