Oogziekten.info

Kleurenzien stoornissen

Het licht en het oog


Zichtbaar licht bestaat uit de golflengten van 360 tot 780 nm. Elke golflengte heeft een bepaalde kleur. Daglicht is een mengsel van alle golflengten. Deze verschillende golflengten (en kleuren) worden zichtbaar gemaakt als het daglicht wordt opgesplitst door bijvoorbeeld een prisma. Er ontstaat dan een spectrum, reikend van het langgolvige rood (670 nm) via oranje, geel, groen, blauw naar het kortgolvige violet (420 nm). Ook een regenboog ontstaat door breking van het licht in vochtige lucht. Het menselijke oog kan ongeveer 160 kleurmengels waarnemen, samengesteld uit de 3 primaire kleuren: blauw, groen en rood.


In het centrum van het netvlies bevinden zich kegeltjes die de beelden opvangen. Er zijn 3 soorten kegeltjes, ieder met een eigen spectrale gevoeligheid: blauw, groen en rood. Een bepaalde kleur, die het oog "ziet", wordt ontleed in componenten die ieder van deze 3 kegeltjes kan verwerken. In de hersenen wordt deze informatie weer samengesteld tot een gewaarwording van de gegeven kleur. Gelijktijdige stimulatie van alle 3 soorten kegeltjes leidt tot de waarneming van "wit". Bij bepaalde kleurenzienstoornissen ontbreekt een of meer van de 3 pigmenten (kegeltjes).


Vormen van kleurenblindheid


Kleurenzienstoornissen kunnen onderverdeeld worden in a) aangeboren of b) verworven (op latere leeftijd ontstane) kleurenzienstoornissen. De aangeboren vorm is vanaf de geboorte aanwezig en is vrijwel altijd een "rood-groen" stoornis. De verworven vorm ontstaat later door bijvoorbeeld een oogzenuw- of netvlies-aandoening en is vaker een "blauw-geel" stoornis.


Aangeboren kleurenzienstoornissen


Een persoon met normaal kleurenzien is in staat alle kleuren te onderscheiden vanuit de 3 primaire kleuren met behulp van de 3 soorten kegeltjes van het netvlies. Het normale zien heet daarom trichromasie (3 kleurenzien). Als de gevoeligheid van één van de kleuren afwezig is, spreekt men van dichromasie (2 kleurenzien) en als die voor 2 kleuren ontbreekt, spreekt men van monochromasie (1 kleurenzien). De aangeboren kleurzienstoornis komt voor bij 8% van de mannen en 0.5% van de vrouwen.


Indeling van  aangeboren kleurenzienstoornissen


Trichromasie (3 kleurenzien)


Een gezond persoon kan alle 3 de kleuren even goed waarnemen. Dit is de normale situatie en wordt de "normale trichromaat' genoemd. Soms is een persoon weliswaar een trichromaat (kan alle kleuren waarnemen), maar is de gevoeligheid van bepaalde kegeltjes verminderd. Dit wordt een "anomale trichromasie", ofwel een verzwakt kleurenzien genoemd. Men heeft dan bijvoorbeeld meer rood nodig dan normaal (verminderde gevoeligheid voor rood ofwel protanomalie genoemd) of meer groen nodig dan normaal (verminderde gevoeligheid voor groen, ofwel deuteranomalie genoemd) of meer blauw nodig dan normaal (verminderde gevoeligheid voor blauw waarbij de kleuren blauw en groen worden verwisseld, ofwel tritanomalie genoemd).

Onderstaande informatie is een bewerking van een deel van de uitstekende website www.oogartsen.nl van het Oogcentrum Deventer www.oogartsen.nl/oogartsen/onderzoeken/kleurenzien_kleurenblindheid

Verworven kleurenzienstoornissen


Deze vorm van kleurenzienstoornis komt minder vaak voor: de kleuren worden anders of minder intens waargenomen. Het kan soms voorkomen bij:


- specifieke netvlies-aandoeningen, bijv. de "cone [kegeltjes] dystrofie" of "cone-rod [kegeltjes-staafjes] dystrofie.

- bepaalde oogzenuwafwijkingen, zoals neuritis optica

- bepaalde medicijnen, zoals chloroquine of hydroxychloroquine (plaquenil, bij hoge dosis)


Klachten


Vrijwel alle mensen met stoornissen in het kleurenzien hebben een normale gezichtsscherpte en zijn niet lichtschuw. Zij kunnen alleen bepaalde kleuren (meestal rood en groen) niet goed van elkaar onderscheiden. Het komt veel voor, ongeveer bij 8% van de mannen en 0.5% van de vrouwen in Nederland. Van deze 8,5% heeft 6% een "anomale trichromasie" (d.w.z. men kan alle 3 kleuren wel zien, maar er is een kleurenzien-zwakte) en 2% heeft een dichromasie (d.w.z. er ontbreekt 1 van de primaire kleuren).

Monochromasie (1 kleurenzien)


Bij monochromaten is er géén of slechts 1 type kegeltje aanwezig. Blindheid voor alle kleuren is extreem zeldzaam (staafjes monochromaat genoemd). Deze echte kleurenblinde heeft dus helemaal geen kegeltjes en ziet alleen maar in zwart-wit en grijstinten, zoals we vroeger op een zwart-wit TV zagen. Een echte kleurenblinde ziet ook veel minder goed bij daglicht en is lichtschuw, omdat hij evenals een nachtdier alleen met de staafjes kijkt.

Protanopen of "rood-blindheid"

Deuteranopen  of "groen-blindheid"

Tritanopen of "blauwgeel-blindheid"

Zij zien bijvoorbeeld niet goed het verschil tussen rijpe rode aardbeien en onrijpe groene aardbeien. Meestal gaat het om een schakelfout van de kegeltjes die aangeboren is en gedurende het leven niet verandert. Net als mensen met een normaal kleurenzien kunnen deze personen, afhankelijk van training, kleuren wel benoemen, maar zij zullen eerder kleuren verwisselen die door normalen niet verwisseld worden. Een monochromaat komt uitermate zelden voor. De mate van gestoord kleurenzien zal in de loop van het leven niet veranderen. Kleurenblindheid is niet te behandelen of te verhelpen.


De afwijking is meestal geslachtsgebonden erfelijk, zodat kinderen het van opa via de moeder kunnen overerven. Vrouwen kunnen wel draagster zijn. Dat wil zeggen dat ze zelf normaal kleuren onderscheiden, maar de stoornis wel kunnen doorgeven aan hun zonen. Voor sommige beroepen, zoals piloot, schipper en treinmachinist is het goed kleuren kunnen zien een vereiste.

Staafjes monochromaat

Kleurenzien-zwakte

Trichromaat - normaal kleurenzien

Dichromasie (2 kleurenzien)


Bij dichromaten (2 kleurenzien) kan men ook een onderverdeling maken in het ontbreken van rode kegeltjes (protanopen of "rood-blindheid"), groene kegeltjes (deuteranopen  of "groen-blindheid" genoemd) of blauwe kegeltjes (tritanopen of "blauwgeel-blindheid" genoemd).