rijk van licht
een droom
I
ik daal af in
eindeloze diepten
zweef ik door ravijnen
kloven hoge luchten
niemandsland
diep onder de aarde
raast het zwarte vuur doet
bergen smelten als was
wapens opgaan in
rook schrijnt
hart en huid de
pijn om wat niet meer is
schuurt het verdriet
om wat niet heeft
mogen zijn
verder daal ik
onder een net van
oude bomen dwaal ik
in een woud van wortels
langs zilveren rivieren
II
onverwacht opent zich
een vergezicht het land der
levenden onvoorstelbaar
wijd onbegrensd
rijk van licht
ik zie met nieuwe ogen
zuiver wit straalt daar de bron
wast mij doorschijnend
aan mij stroomt
wit licht
glanzend vuur omgeeft
mijn oude lijf bloeit open in
ultieme schoonheid liefde
doet mijn zinnen
ontwaken
verborgen stroom
golft bruisend-zilt naar
zee waar warme bloemen
bloeien vruchten rijpen
van verlangen
III
ik geef me over
aan vruchtbare dalen
golvend tussen de heuvels
streelt mij een zachte
wind van troost
alles mag zijn
lijf en ziel geheeld
in verbondenheid
met al wat leeft
ben ik rijk
van licht
in de suizende wind
openbaart zich
het geheim
verbonden
verborgen
in de schemer
soms haast onzichtbaar
door overhangend struikgewas
stroomt een bron verbindt
ons met elkaar vanuit
het hart van de aarde
dwars door tijd
en ruimte
ingedaald
zoals een kind op
de drempel van het zijn
heeft mij de sprong gewaagd
liefdevol onthuld
adem ik jouw
ruimte van
licht
mysterie
herinner je
een leegte waar
nevel over water zweeft
de spiegeling van wat geen
woorden heeft het al oneindig
ver omgeeft en vormt
in plaats en tijd
herinner je
de ruimte waar dag
en nacht nog niet bestond
materie nog geen vaste vormen
vond geen oor nog hoorde
sprak geen mond geen
einde of begin
herinner je
de woorden waar jij
nabij was en waarin
jijzelf aanwezig was als
het begin van licht gaf je
het leven zin en schiep
de wereld nieuw
aangeraakt
een zacht geruis
een zuchtje wind beroert de
zomen van je kleed
je leefde nog
in dromen
verft hemelglans
je huid aanwezigheid vol licht
je ogen aangeraakt
een schaduw
ongekend
straalt liefdevol
een groet van vrede
legt je leven vast als
nooit voorzien verwonderd
keert de stilte weer
beeft nog
je hart
voor wie ogen heeft
voor wie
wonen in de
nacht beschreven stenen
een bron van licht
naar mensenmaat
vertaald
voor wie
dwalen in het
rond met open wonden
hun hart bedekt met
nieuwe huid
geheeld
in wie
groeien tot
de kern van eigen bodem
het woord gestalte
krijgt in hen
vervuld
van wie
dansen in het
licht de broze namen
voor eeuwig in die
handpalmen
gegrift
