jij en ik


ooit

was ik

met jou

verbonden

onlosmakelijk


dichter

dan ik ooit bij

iemand zal kunnen zijn

waren wij bij elkaar

deelden ons bloed

kind en moeder

waren wij

samen

een


maar

kinderen gaan

hun eigen weg

al vanaf hun geboorte

zijn ze zelf iemand

een eigen wezen 

hoe klein ook

was ik

mij


ik

had mij

mogen groeien

zonder harnas moeten

kunnen worden wie

ik ben anders

dan jij


was

het onmacht

onvermogen onbegrip

mij niet te leren van mezelf

te houden mijn hart te

laten stromen

mens te

zijn










zij komen



zij komen

soms vermomd als zielig dement

komen zij of als alwetend superieur maar

altijd onuitgenodigd betreden zij het toneel

zij spelen het spel volleerd zij zijn het zelf

het gat dat zwarte randen weeft om mijn handen


zij zwijgen

als het ijs van hun verbeelding

zwijgen zij durven niet te kijken in de diepte

niet te dalen in afzettingen van oud zeer

te zoeken naar het vuur van de waarheid

om te kunnen stromen van licht en liefde


zij weten

hun doeken donker gekleurd van bloed

weten zij verstrikt zijn zij in hun eigen

dromen verdwaald in verwrongen grotten

leven zij belagen met stokken wie hen bedreigt

verdedigen hun zelfgeschapen schemering









schild van huid



moet ik dan een ongeluk

aan je begaan? knelt

mij de adem af


wie ik ben

was toen nog

verborgen nu groot

gegroeid leef ik echt

ongewapend


maar

soms huilt

het kind in mij

om de pijn ben ik

weerloos tegen nog steeds

brandende pijlen


gewoon een paar laarzen

onbenullig schoeisel

niet eens echt leer


wanneer is huid dik

genoeg om niet meer

te worden geschroeid?


een kind is geen fort

kinderhuid ook

geen schild







mij zijn


I



eigenlijk ben ik hol

gaapt in mij

een gat


niet dat ik helemaal

niets ben of leeg

dat niet


ergens zit wel wat

maar hoe en wat

geen idee


misschien mist er alleen

een stuk incompleet

ben ik alleen rand

-waarvan?- of


ik ben juist het gat het

ontbrekende stuk

tussen de rest

- maar welke?


het hoort natuurlijk niet zo

uitgehold of holletje

te zijn


gevuld is er geen gat

en ook geen rand

zonder elkaar

zouden ze

niet zijn


maar

ik ben er

en zou ik anders zijn dan

zou ik niet meer

mij zijn





II



de verhouding tussen beide

is nogal wisselend

best complex


nu eens is de rand

smal het gat groot

ben ik het

zelf


dwarrel ik

weerloos rond

overgeleverd aan de

elementen


dan weer sta ik

stevig  op de grond is

het gat klein en

ben ik sterk


laaft mij de bron-

tenminste voor

zolang het

duurt


hoe dan ook

gat in of rand om mij

heen- ergens is het een

geheel anders zou ik

mij niet zijn


of zou ik toch

liever anders

mij zijn?


vicieuze cirkels

kunnen doorbroken

worden toch?

op zijn minst

verkleuren