Web design Hans Meijer
Getijdenboek van Geert Grote (1340-1384)
exemplaar Huis Bergh, Hs. 4.
Diplomatische multimediale editie bezorgd door
dr. Willem Kuiper & Matthijs Holwerda M.A.,
Leerstoelgroep Historische Nederlandse Letterkunde
Universiteit van Amsterdam
Stichting Huis Bergh
‘s-Heerenberg
Stichting Musick’s Monument
Amersfoort
Amsterdam 2005
HIGH RESOLUTION PRESENTATION
• Scans 350 ppi HS4 Getijdenboek van Geert Grote
Verantwoording
Het Getijdenboek van Geert Grote (1340-1384) is het meest gelezen laatmiddeleeuwse boek in de volkstaal in de noordelijke Nederlanden. Het is een gebedenboek dat op vaste (ge)tijden van de dag (metten, primen, lauden, tertsen,sexten, nonen, vespers en completen) ter hand genomen werd.
Met de invoering van het kloosterwezen in het Westen door Benedictus van Nurcia (ca. 480-ca. 550) werd voor de monniken een dag-en-nacht-ritme vastgesteld, waarmee deze ‘engelen op aarde’ de Heer vol-continue konden (be)dienen. Dat gebeurde met het uitspreken van gebeden, en met het wekelijks zingen van alle 150 psalmen. In de loop der eeuwen werd dit strenge regime verzacht en aangepast: metten (zonsopgang), tertsen (koffietijd), sexten (12:00), nonen (theetijd), vesper (zonsondergang).
In zijn jonge jaren was Geert Grote, geboren te Deventer, een wereldlijk denkend, vermogend en ambitieus man. Op zijn vijftiende ging hij in Parijs de Zeven Vrije Kunsten studeren, om daarna verder te gaan met rechten en theologie - geen van beide studies voltooid. Daarnaast legde Geert een levendige belangsteling aan de dag voor astrologie en zwarte kunst. Vanaf 1371 werd hij kanunnik te Utrecht, een deels religieuze, deels wetenschappelijke, deels bestuurlijk aanstelling aan een bisschoppelijke kerk.
In 1372 werd Geert doodziek en vroeg hij om het heilig sacrament der stervenden. De geestelijke die hem bediende, weigerde hem de absolutie te geven - zijn zonden te vergeven - als Geert niet eerst beloofde zijn ‘toverboeken’ te zullen verbranden. Nadat zijn boeken in vlammen waren opgegaan volgde een wonderbaarlijk herstel.
Vanaf die tijd richtte Geert Grote zijn aandacht op geestelijke zaken en groeide hij uit tot de peetvader van de Moderne Devotie. Vanzelfsprekend bracht dit ‘fundamentalisme’ hem in conflict met de gevestigde kerkelijke machthebbers, met als gevolg een preekverbod. Geert maakte van de nood een deugd door voor zijn ‘ongeletterde’ volgelingen enkele Latijnse teksten te vertalen, waaronder dit Getijdenboek. De standaardeditie is: Het getijdenboek van Geert Grote naar het Haagse handschrift 133 E 21. Uitgegeven door N. van Wijk. Leiden 1940. Een digitale versie van de tekst van het handschrift Den Haag, K.B. 133 E 21 is te vinden op de CD-ROM Middelnederlands. Den Haag-Antwerpen 1998.
Het hier geëditeerde handschrift is voordat het als Hs. 4 in de kunstcollectie van Huis Bergh werd opgenomen opzettelijk verminkt door een aantal rijk gedecoreerde bladen eruit te snijden om die los te verkopen. Als gevolg hiervan bevatte de codex een aantal losse bladen. Bij het opnieuw inbinden en inplakken van de codex zijn twee bladen - 14 en 13 in de huidige bladnummering - abusievelijk na de kalender ingebonden, zoals Willem de Vreese al vaststelde toen die in de jaren dertig van de vorige eeuw het handschrift beschreef voor zijn Bibliotheca Neerlandica Manuscipta:
http://www.leidenuniv.nl/ub/bnm/ In deze diplomatische editie zijn deze bladen met behoud van de huidige foli‘ring op de juiste plaats in de codex ingevoegd.
Qua volgorde van de gebeden wijkt Hs. 4 af van de standaardeditie. Gebruikelijk lijkt: 0) Kalender, 1) Getijden van de Heilige Maagd, 2) Getijden van de Heilige Geest, 3) Korte Getijden van het Heilig Kruis, 4) Getijden van de Eeuwige Wijsheid, 5) Lange Getijden van het Heilig Kruis, 6) De Zeven Boetepsalmen, 7) Litanie, 8) Dodenvigilie. Hs. 4 bevat achtereenvolgens: 0) Kalender, 1) Getijden van de Heilige Maagd, 2) Lange Getijden van het Heilig Kruis, 3) Getijden van de Eeuwige Wijsheid, 4) Getijden van de Heilige Geest, 5) De Zeven Boetepsalmen, 6) Litanie en 7) Dodenvigilie.
In de kalender vindt men ook wat verschillen ten opzichte van het exemplaar dat Van Wijk gebruikte voor zijn editie, wat erop kan duiden dat het boek bestemd was voor een andere regio en misschien ook een andere doelgroep dan de IJsselse bakermat. Zo wijzen de in het rood geschreven feestdag van de Elfduizend Maagden (21 oktober) en de zwart geschreven feestdag van de Drie Koningen op 11 januari richting Keulen: Lydia Wierda, De Sarijs-handschriften. Laat-Middeleeuwse handschriften uit de IJsselstreek. Zwolle 1995.
Hier en daar zijn in Hs. 4 bladen uitgesneden, die vrijwel zeker rijkversierd waren en miniaturen bevatten, dat wil zeggen schilderijen. Anders dan de naam nú suggereert, hoefden die absoluut niet klein te zijn - je had ze bladgroot - de naam is afgeleid van minium, (rood) loodoxide, dat als verfstof gebruikt werd. Over deze “verswenen verluchting” bestaat een ongepubliceerd artikel van Baad Loos uit 1992, waarin wordt voortgeborduurd op eerdere beschrijvingen van Hs. 4, en waarin een geslaagde reconstructie van de oorspronkelijke codex wordt beschreven. Minder prestigieus versierde bladen bleven gelukkig wel bewaard. Voor de kunsthistorische aspecten daarvan raadplege men: Anne S. Korteweg (red.), Kriezels, aubergines en takkenbossen. Randversiering in Noordnederlandse handschriften uit de vijftiende eeuw. Zutphen 1992.
Het tekstverlies dat hierdoor ontstond werd in voetnoten aangevuld. Wie geïnteresseerd is in de precieze vindplaats (in het Oude en Nieuwe Testament) van de in dit boek door Geert Grote bijeengelezen gebeden kan terecht bij: K. de Gheldere, Ghetiden Boec. Naar een handschrift der XVe eeuw. Gent 1893. De meest recente informatie over het Getijdenboek van Geert Grote met uitgebreide literatuurverwijzingen vindt men in: R.Th.M. van Dijk, ‘Methodologische kanttekeningen bij het onderzoek van getijdenboeken’, in: Th. Mertens e.a., Boeken voor de eeuwigheid. Middelnederlands geestelijk proza. Amsterdam 1993, p. 210-229, p. 434-437.
De manier van diplomatisch editeren is conform: Richtlijnen voor de uitgave van Middeleeuwse Verzamelhandschriften uit de Nederlanden. Geredigeerd onder verantwoordelijkheid van de projectcommissie Middeleeuwse Verzamelhandschriften uit de Nederlanden door Th. Mertens. Hilversum 1994 [ook opgenomen in deel 1 van de MVN-reeks: Marie-José Govers e.a. (eds.), Het Geraardsbergse handschrift. Hilversum 1994, 173-191].
Wie meent dat er ondanks zorgvuldige collatie een fout in de editie geslopen is,
wordt dringend verzocht dit te melden aan: willem.kuiper@uva.nl
Even geduld! Binnen één minuut download u een overzicht van een compleet Middeleeuws handschrift.
Hoogste kwaliteit - Langere download tijd!
The Digitalisation Project Medieval Manuscripts Castle Huis Bergh is the intellectual property of the Stichting Musick’s Monument.
Ing Hans Meijer was responsible for the technical realisation; Dr Willem Kuiper for the scholarly input. Thanks are also due to the Anjer Cultuurfonds Gelderland; the Stichting de Verenigde Stichtingen “De Armenkorf” in Terborg and “Het Gasthuis te Silvolde”; Mrs P. Tijdink-Hermsen; Mrs L.J.C. Meijer-Kroonder; and the Giese family.
• COPYRIGHT INFORMATION
Because of the high resolution used, it takes longer to download the images. Therefore, please be patient when opening the files. Before downloading, please double-click the miniature for a full-screen view. To obtain the highest possible resolution that will allow optimal magnification of details, click 'Download'. You may also download the highest resolution for optimum enlargement.
© 2007 Musick’s Monument