6 maanden oud
6 maanden oud
dagboek van een tweeling
6 maanden
donderdag 19 juni 2008
wij kunnen...
...elkaar aanraken, tegen elkaar kletsen, naar elkaar lachen, elkaars handjes vasthouden, op elkaars oortjes sabbelen, elkaar wakker trappelen, elkaars speeltjes en speentjes afpakken, elkaar troosten en voor altijd van elkaar houden...
Wij zijn vandaag 6 maanden oud. En wij zijn een tweeling. Dat laatste zijn we natuurlijk altijd al geweest, maar nu beginnen we eindelijk een beetje te snappen wat dat betekent...
In mama’s buik hadden we het wel heel gezellig samen, maar we konden elkaar nog niet zien. We voelden alleen af en toe een voetje of een handje dat niet van onszelf was. En we konden elkaars hartje horen kloppen. Als een van ons zich omdraaide, werd de ander flink door elkaar geschud. En als mama net lekker op de bank lag konden we haar met twee tegelijk wakker trappelen. En we konden ons achter elkaar verstoppen als de dokter naar onze hartjes wou luisteren of als ze ons op wilde meten tijdens een echo. Wat hadden we een lol samen daar in die knusse warme buik.
Toen we eenmaal op weg naar buiten waren zaten we elkaar alleen maar in de weg. Ivo wou al naar buiten maar Robin vond het wel best daarbinnen. En toen Ivo deed alsof hij het wat moeilijk had door zijn hartslag omlaag te gooien om zo een keizersnee af te dwingen haalden ze Robin er ook meteen uit. En verdorie nog als eerste ook!
De weken daarna, toen ze ons langzaam aan de buitenwereld lieten wennen door ons in een lekker warm glazen huisje te leggen, konden we elkaar wel zien maar niet meer voelen. Daar voelden we ons soms best een beetje alleen en eenzaam. Gelukkig kwamen papa en mama vaak op bezoek en mochten we dan heerlijk naast elkaar bij ze op de buik liggen. En heel soms mochten we zelfs even bij elkaar in het glazen huisje liggen. Maar dat was natuurlijk lang zo gezellig en knus niet meer als toen we nog in mama’s buik zaten. We begonnen toen zelfs een beetje te vergeten dat we bij elkaar hoorden...
Toen we ruim een maand oud waren mochten we met papa en mama mee naar huis. Eindelijk! Maar dan wordt de wereld wel ineens een stuk groter. En we moesten ineens een heleboel zelf gaan doen. Zelf eten, zelf warm blijven, zelf groeien. We hadden ineens gewoon geen tijd en energie meer om met elkaar te spelen. En zelfs toen we al wat groter en sterker waren ging dat niet, want die stomme handjes en voetjes hielpen ook niet mee! Die gingen hun eigen leven leiden, deden nooit wat ze moesten. Als wij wilden dat ze naar links gingen zwaaiden ze gewoon naar boven. En wilden we ze netjes neerleggen dan gingen ze ineens naar rechts. Nou, dan heb je echt geen tijd meer om je ook nog met de handjes en voetjes van je broertje of zusje te bemoeien!
Dus we gingen steeds meer in ons eigen kleine wereldje leven, zodat we de grote buitenwereld stukje bij beetje konden leren kennen. We concentreerden ons op het groeien en op het leren van allemaal nieuwe dingen. We leerden wie onze papa en mama waren, en dat die alles voor ons deden: we hoefden alleen maar hard te gaan gillen en dan tilden ze ons op of ze gaven ons te eten. Of we deden stiekem heel stilletjes en dan kwamen ze soms kijken of we het nog wel deden. Alsof we er zomaar mee zouden stoppen of zo, pfff, gekke papa en mama. Zo makkelijk komen ze niet meer van ons af... We leerden lachen, en kwamen erachter dat papa en mama dat leuk vonden. Leuker nog dan als we huilen. Want als we lachen dan lachen ze terug en gaan ze met ons spelen.
Langzaamaan leerden we steeds meer nieuwe mensen kennen. En nieuwe plekjes. En nieuwe spelletjes. En zelfs een heel nieuw huis! Zoveel nieuwe dingen, dat je al het oude heel snel weer vergeten bent. En dus dachten we soms wel eens dat we de enige baby waren. Ikke dan. Of jij.
Maar een paar dagen geleden kwam er in de box ineens een handje voorbij vliegen. En een voetje. En die waren niet van mij. Of niet van jou. Of wel? Dat gezwaai kwam me een beetje bekend voor. En jou ook. En als dat vreemde handje per ongeluk tegen mijn handje kwam, of tegen dat van jou, dan voelde dat hetzelfde als toen ik nog in mama’s buik zat. Of jij. Of misschien...?
En toen keek ik naar je. Of jij keek naar mij. Of misschien wel allebei...

En toen wisten we het weer: Jippie! Wij zijn met z’n twee!
Sinds die dag gaan we steeds meer met elkaar doen. We kijken naar elkaar en we voelen zachtjes aan elkaars gezicht. Of we geven elkaar ineens een hele harde mep. We houden elkaars handjes vast en als jij huilt dan probeer ik jou te troosten. En soms als ik slaap dan trappel jij me wakker. ‘s Ochtends als papa en mama nog liggen te slapen, dan liggen we tegen elkaar te babbelen. En als we in de spiegel kijken zijn we ineens met een heel stel!
We beginnen nu te begrijpen dat wij iets heel bijzonders hebben samen. Dat we heel verschillend zijn, maar toch ook een beetje hetzelfde. Dat we allebei uniek zijn, maar wel voor altijd samen. Want jij bent een stukje van mij en ik ben een stukje van jou.
We zijn 6 maanden oud en we zijn een tweeling!
Verrek, onze eerste verjaardag...