HET KLASSIEKE CURRICULUM, EEN STERK FUNDAMENT
Dit artikel is verschenen in het ledenblad Vakwerk van de Stichting Beter Onderwijs Nederland (BON),
nr. 5, December 2008.
http://beteronderwijsnederland.net/node/783
In Amerika en Engeland is er al sprake van een beweging: klassiek onderwijs. In Nederland is het beduidend minder bekend. Maar thuisonderwijzers zijn er al druk mee in de weer. Zij grijpen terug op fundamenteel onderwijs dat taal, geschiedenis en cultuur centraal stelt. Met en zonder Latijn en Grieks.
In de voormalige koloniën van Engeland, Canada, de V.S en Australië, namen pioniers het onderwijs in eigen hand. Dat deden zij niet alleen omdat er geen scholen waren. Hun zelfstandige houding kwam ook voort uit hun behoefte aan onafhankelijkheid en de wens tradities voort te zetten. De pioniers begonnen met thuisonderwijs en deze onderwijsvorm heeft in de voormalige Britse koloniën stand gehouden. Nederlandse thuisonderwijs-ouders hebben dezelfde mentaliteit. Zij willen koste wat kost hun traditie, levensbeschouwing of onderwijs-kritische houding uitdragen en voortzetten. Niet alleen in de uurtjes na school maar vooral door zelf te onderwijzen. Al hadden de pioniers van de voormalige Britse koloniën vooral religieuze motieven voor thuisonderwijs, Nederland kent een pluriform beeld. Zo wordt er thuisonderwijs gegeven dat godsdienstig, modern of klassiek is. De klassieke thuisonderwijzers hebben Griekse en Latijnse leerboeken op de plank staan. Deze hernieuwde belangstelling voor klassiek onderwijs is overgewaaid uit de VS naar Europa. Dat is niet verwonderlijk want thuisonderwijs heeft in de VS ononderbroken bestaan en is daar uitgegroeid tot een 800 miljoen dollar markt. Nederlandse thuisonderwijzers bestellen daarom hun onderwijshandleidingen bij Amerikaanse uitgevers, zoals de Well Trained Mind van Susan Wise Bauer of het Latin-Centered-Curriculum van Andrew Campbell. In deze boeken staat het klassieke leren centraal. Het gaat daarbij niet alleen om de leerstof en karaktervorming maar ook over de kunst van het leren en hoe liefde voor het leren bij te brengen.
De herleving van het klassieke onderwijs in de V.S. en Europa is deels te verklaren door teleurstelling in het moderne onderwijs. Maar ook speelt de lezing ‘The Lost Tools of Learning’ van de Britse schrijfster Dorothy Leigh Sayers een rol. Sayers ventileert haar zorgen over de invloed van de media op jonge studenten. Ziet u ook dat jongeren een feit niet kunnen onderscheiden van een opinie, vraagt ze het publiek. Ergert u zich aan de hoeveelheid grammaticale en taalfouten in kranten en tijdschriften? Anno 2008 is Sayers een welbekende naam onder thuisonderwijzers. Haar lezing vindt vooral gehoor bij de klassieke thuis-onderwijsbeweging. Veel thuisonderwijzers kunnen haar lezing in grote lijnen of zelfs gedetailleerd navertellen. Dat is opvallend want Sayers hield haar lezing te Oxford in 1947. De onderwijskritiek van Sayers draagt aldus het etiket ‘lang houdbaar’. De onderwijsgidsen de Well Trained Mind en het Latin Centered Curriculum baseren zich op Sayers’ uiteenzetting van het klassieke curriculum.
Sayers licht in ‘The Lost Tools of Learning’ het klassiek curriculum toe. De schoolse opleiding bestond uit het Trivium en het Quadrivium. De opbouw van het Trivium besloeg 3 fases: de grammaticale, de logische en de retorische. De leerling leerde in de grammaticale en de logische fase niet alleen vakken maar vooral methodiek. Zo leerde hij om te gaan met taal en dat was Latijn. Latijn is niet alleen een taal waarin je gedachten leert uit te drukken maar vooral ook een grammaticale oefening. Het is daarom voor Sayers, die als kind van 8 met Latijn begon, ‘a tool of learning’. Door de grammaticale studie van het Latijn leert de leerling de structuur van de taal. Daarna werd in de logische fase geleerd hoe je taal moet samenstellen en organiseren ter verduidelijking van een argument, een verklaring of verdediging. Tot slot leerde de leerling in de derde fase, de retorische, hoe hij zichzelf elegant en overtuigend kon uitdrukken. Aan het einde van het Trivium was hij tot iets in staat waar veel huidige leerlingen geen benul van hebben: het opstellen van een these en het verdedigen ervan. De leerlingen hadden niet alleen geleerd maar ook geleerd hoe ze moesten leren. Zo kregen zij het juiste gereedschap mee voor hun verder onderwijs of loopbaan. Ze startten goed getraind aan het Quadrivium dat rekenkunde, meetkunde, muziek en astronomie bevatte. In het huidige onderwijs vragen docenten amper meer naar schrijfvruchten, het betere argument of een overtuigende verdediging. Leerlingen redeneren; ‘Ik vind dat gewoon zo’.
De Well Trained Mind van Wise Bauer is in Amerika al jaren een geliefd en bekend curriculum voor thuisonderwijs. Het dikke boek is een van de peilers onder de omvangrijke thuisonderwijs-economie. Wise Bauer is zelf een thuisonderwijzer van vier kinderen en genoot ook thuisonderwijs van haar moeder. In het omvangrijke werk beschrijft Wise Bauer veel aspecten van thuis leren. Klassieke educatie legt grote nadruk op taal, geschiedenis, cultuur en rekenkunde. De Well Trained Mind beschrijft van jaar tot jaar hoe een leerling het Trivium leert. Het boek staat vol adviezen, aanbevolen literatuur en achtergrondinformatie voor een zeer gedegen basisscholing. En omdat in Amerika thuisonderwijs zo omvangrijk is, wil Wise Bauer velen tot dienst zijn. Maar onderwijzers voelen zich door de overdaad ook overdonderd. Het is dan ook niet verwonderlijk dat afgelopen mei Andrew Campbell’s 2e editie van het Latin Centered Curriculum verscheen. De beste educatie, meent Campbell, ‘is simple but deep’. Het Latin Centered Curriculum is daarom dunner en makkelijker toe te passen dan de Well Trained Mind. Maar in de 2e editie komt Campbell met beduidend meer aanbevelingen dan in de 1ste editie. Ondanks zijn pleidooi je te concentreren op enkele kerndisciplines in plaats van te veel verschillende onderwerpen te willen behandelen, kan ook Campbell de verleiding niet weerstaan meer bronnen, literatuur en leerpakketten aan te raden.
Zij aan zij bieden de Well Trained Mind van Wise Bauer en het Latin Centered Curriculum van Campbell antwoord op de vraag van scholen en thuisonderwijzers naar klassieke educatie. Campbell definieert klassieke educatie als ‘een curriculum dat zich baseert op of zelfs limiteert tot Griekse en Latijnse taal en de studie van de beschavingen waaruit deze ontstond’. Dit gaat veel thuisonderwijzers een stapje te ver. Deze ouders zijn bevreesd dat een te klassiek curriculum gedateerd is. Maar daar kan tegen in gebracht worden dat de eerste jaren in het onderwijs vooral gewijd moeten worden aan de methodiek van het leren en niet zozeer aan onderwerpen. Het is leuk als een jonge leerling veel over het planetaire stelsel weet, maar dat kan in elk jaar van de basisschool onderwezen worden terwijl grammatica en rekenkunde het fundament vormen. Zo geldt dat ook voor Latijn. Als je Latijn wil leren als een spreektaal, dan is het een tijdverspiller. Leer je Latijn voor grammaticale training, om te leren leren of om culturele redenen, dan is Latijn zinvol. Campbell meent met Dorothy Sayers dat Latijn zelfs ‘the best grounding for education is’. Omdat Latijn als vak uit de basisschool verdwenen is, is het ‘a lost tool of learning’. Campbell bespreekt daarom uitvoerig de rol van Latijn in het klassieke onderwijs en beantwoordt vragen van thuisonderwijzers. ‘Wat moet ik doen voor een kind dat niet goed in talen is?’ en ‘Ik kan zelf geen Latijn, kan ik het samen met mijn kind leren?’ Campbell geeft schema’s hoe het curriculum per jaar (per grade) er uitziet en hoeveel een leerling per dag aan Latijn, rekenkunde, muziek, taalstudies, biologie, wetenschap en Grieks moet doen. Voor de herintroductie van Latijn geeft Campbell utilistische en culturele argumenten.
Wise Bauer van de Well Trained Mind raadt ook Latijn, Grieks of een tweede buitenlandse taal aan, maar stelt dat je de Grote Werken ook zonder kennis van de oude talen kunt lezen. Campbell adviseert klassieke literatuur in de originele taal te lezen. Latin Centered Curriculum leerlingen beginnen daarom op jeugdige leeftijd met Latijn en Grieks. In Nederland werkt een groep thuisonderwijs-gezinnen met het Latin Centered Curriculum en de Well Trained Mind vooral uit academische liefde. Deze gezinnen gebruiken Amerikaanse en Engelse leerpakketten zoals het Amerikaanse ‘Latin for Children’ bij gebrek aan soortgelijke Nederlandstalige leerboeken. Een ander populair pakket is het Engelse Minimus Primary Latin. Minimus is een kleine bruine muis en leeft met een Romeinse familie in Vindolanda nabij de Hadrianus Muur in Noord Engeland in de Brits-Romeinse tijd (100 AD). Officieel op de markt gebracht voor studenten van 7 tot 13 jaar ontwikkelt dit leerpakket het taalbewustzijn. Handig ook want Frans, Spaans, Portugees, Italiaans, Roemeens en ook het Engels zijn (voor een deel) Romaanse talen. De extra inspanning om een jong speels kind een ingewikkelde taal te leren, betaalt zich dus later terug bij het leren van andere talen. In Engeland heeft Minimus Primary Latin zich bewezen. Op 1600 Britse basisscholen wordt het aan jonge leerlingen gedoceerd. Latijn is voor deze jonge studenten geen dode taal maar de taal van een ondeugende muis woonachtig in een legerkamp waar van alles gebeurt. De auteur Barbara Bell en de illustrator Helen Forte hebben een mix van verhalen, mythologie, grammaticale verklaringen, oefeningen en culturele informatie vorm gegeven. Bell schreef Minimus uit bezorgdheid over het tekort aan kennis van de Engelse taal bij leerlingen. Door het Latijn leer je veel woorden die uit deze taal zijn afgeleid en het wordt moeilijker voor je arts, advocaat of notaris je te imponeren. Latijn is een logische en gestructureerde taal. Leer de regels en je achterhaalt de betekenis van de zin. Kinderen leren nauwkeurig te lezen wat er staat, een vaardigheid die levenslang van pas komt. Minimus is een typisch modern multidisciplinair leerproduct. Kinderen leren Latijn, maken kennis met enkele Griekse mythes en leren de Brits-Romeinse geschiedenis.
Er bestaat in Nederland geen equivalent van Minimus. De meeste leerpakketten Latijn zijn voor het voorgezette onderwijs. Maar er heeft wel een kinderboek Latijn bestaan. In 1513 gaf de Alkmaarse rector en humanist-pedagoog Joannes Murmellius (1480-1517) een klein Latijns leerboek 'Pappa Puerorum' (Kinderpap) uit. De uitgave uit 1576 is op de afdeling Bijzondere Collecties van de Utrechtse Universiteitsbibliotheek in te zien. Het is een fraai tweetalig boekje, geschreven voor jonge leerlingen. Het begint met het leren van thematisch gerangschikte woorden. Ook leren jonge studenten Latijnse zinnetjes. Salve! Wees Gegroet! Gratias tibi ago, Ick danke u. En door de stijgende populariteit van particulier onderwijs wederom bruikbaar; ‘Mercedulam Praeceptoribus meis liberaliter exolvi’ (Ick hebbe mijn Schoolgelt den meestere wel betaelt). Aan de getallen en de seizoenen en goed gedrag besteedt Murmellius ook aandacht. Het laatste hoofdstuk betreft grammatica en een beschrijving van het leven en werk van Joannes Murmellius.
Kinderpap is geschreven voor de jonge leerling die er direct mee aan de slag kan. Leerlingen kunnen korte gesprekjes oefenen. De dialogen spelen zich niet af in een Romeins legerkamp zoals in Minimus Primary Latin maar op een Latijnse school. Het Pappa Puerorum was in zijn tijd bijzonder populair. Het is diverse malen herdrukt en tot ver over de grens van Nederland gebruikt. Zou een herschreven herdruk een vernieuwde belangstelling voor Latijn in Nederland op gang kunnen brengen zoals Minimus in het V.K.? Dat lijkt niet onwaarschijnlijk want opvallend genoeg zijn er Nederlandse kinderboeken in het Latijn uitgegeven zoals Miffi ad Mare en Jippus et Jannica. En dat zijn niet de enige naar het Latijn vertaalde kinderboeken. Bekende karakters uit de kinderwereld tref je aan in Winnie ille Pu, Harrius Potter et Philosophi Lapis, Tintinus (Kuifje): De Sigaris Pharaonis en De Insula Nigra. Maar ook Asterix et Obelix en de heer Bommel en Tom Poes in De Thoma Fele nec non et de larva Bommelsteiniana (Tom Poes en het spook van Bommelstein).
De belangstelling voor deze boeken kan er op duiden dat ouders onderwijsvernieuwingen beu zijn en verlangen naar fundamenteel onderwijs. Zij voelen aan dat het Nieuwe Leren geen lang leven heeft. Het is net zoals de informatiemaatschappij waarop het gericht is, te onbeduidend en te diffuus om lang serieus te nemen. Waarom niet terug naar een beproefd onderwijsconcept? Naar klassiek onderwijs? Niemand hoeft ooit te testen of dat goed is. Dat heeft eeuwenlang dienst bewezen en vele knappe koppen opgeleverd. Het klassiek onderwijs raakte in verval omdat na twee wereldoorlogen de vraag naar praktisch, commercieel, wetenschappelijk en technisch geschoold personeel domineerde over de beperkte vraag naar geletterden. En nog steeds bepalen economische factoren onze onderwijsprogramma’s. Maar nu Dijsselbloem heeft aangetoond hoe bar het is gesteld met het onderwijsniveau, is het goed klassiek onderwijs van stal te halen. Door een klassiek programma leren leerlingen in een vroeg stadium uitstekend lezen, schrijven en rekenen. Terug dan naar oude tijden? Waarom niet, verdedigt Sayers in 1947 al. Je moet dat niet zien als terug in de tijd gaan, maar als het herstellen van fouten. En dat in Nederland 25% van de leerlingen die het basisonderwijs verlaten niet voldoende kunnen lezen en rekenen is fout. Hoe eerder dit hersteld wordt, hoe beter.
© Paula Kuitenbrouwer, op dit artikel berust copyright.
2008
BOEKEN
The Well-Trained Mind: A Guide to Classical Education at Home, J. Wise en S.W. Bauer. W. W. Norton & Co Ltd
The Latin Centered Curriculum, A. Campbell. Home Schooler's Guide to a Latin-Centered-Classical Education. Non Nobis Press
Minimus Primary Latin, B. Bell. Cambridge University Press
Pappa Puerorum, Murmellius Joannes.
1513/1576 Antverpiae (KB Den Haag of Universiteitsbibliotheek Utrecht)