BU-ers
 
Het is niet gauw goed. Werd ik in september (vleiend genoeg, daar niet van) nog tot een soort universeel cultuurwisselstation gebombardeerd op het Poëziecircus, gisteren opende een 43-jarige bibliothecaresse haar verse weblog met deze mededeling: ‘BN-ers, ze kunnen me steeds minder bekoren! Nu is Utrecht op dat gebied echt een provinciestadje, dus wij moeten het doen met EEN Ingmar Heytze (plaatselijk bekende dichter) of EEN Lilian Viera (zangeres van ZUCO103), Jean en Yannick van de Velde, Cees Grimbergen en nog wat semi-BNers.’
Het is verder een heel vriendelijk stukje en ik wil mevrouw Belovenis dan ook verder niet nadragen, maar ik behoor, net als veel Bekende Utrechters, tot de uitstervende groep van mensen die enige bekendheid hebben gekregen door wat ze kunnen (dit in tegenstelling tot nieuwe Bekende Nederlanders, die eerst bekend worden - bijvoorbeeld met wedstrijden vals zingen en over mensen heen braken in villa’s - waarna ze hopelijk ook iets blijken te kunnen. Laatst hoorde ik ene Brian die kennelijk in De Gouden Kooi had gezeten en deze nu verlaten heeft, een afscheidsgedicht voorlezen. Het was erg, eh, emotioneel).
    Veel Bekende Utrechters die ik ken zijn geen landelijke beroemdheden. Daar zijn ze ook niet op uit. Er zijn trouwens ook veel landelijk, zelfs internationaal bekende Utrechters, die hier nu juist met zoveel plezier wonen omdat de inwoners van deze stad niet zo op bekendheid gefocust zijn. Ik denk dat je de meeste Bekende Utrechters goed kunt herkennen aan de eigenschap dat ze hun bekendheid als een bijproduct beschouwen, in plaats van als een status die moet worden uitgebreid naar zoiets weinig begerenswaardigs als het Bekende Nederlanderschap. In elk geval voel ik me geen BN-er en ik hoop er ook nooit een te worden. Blijft de vraag: zou Brian een uitgever vinden?
Dan weer dit en dan weer dat
woensdag 3 oktober 2007