Lizzie Borden took an axe...
 
Vanochtend ontwaakt met een rijmpje in mijn hoofd dat ik herken uit een oud nummer van Alice Cooper, een held uit mijn jeugd:
 
Lizzie Borden took an axe
and gave her mother forty whacks
 
Lang vergeten dat ik me ooit afvroeg wie Lizzie Borden was. Vanochtend kwam ik er dan achter. Smullen op de vroege ochtend! Het rijmpje werd gebruikt bij het springtouw en gaat als volgt:
 
Lizzie Borden took an axe
And gave her mother forty whacks.
And when she saw what she had done
She gave her father forty-one.
 
Wat betreft Alice Cooper: daarover schreef ik voor een vermoedelijk al lang niet verkrijgbaar boekje het volgende ware verhaal.
 
De eerste LP die ik uit eigen beweging kocht, was van Alice Cooper. Ik was elf jaar oud en vond het hard nodig dat de collectie poppplaten van mijn ouders, die slechts bestond uit de rode dubbelelpee van de Beatles en een groezelige Alle dertien Goed-compilatie van doodgedraaide Sixties Rock, werd uitgebreid met iets nieuws. Niet dat mijn ouders geen muziekliefhebbers waren. Mijn vader was en is een groot fan van de betere Big Band-jazz (hij heeft zelfs een door Count Basie persoonlijk gesigneerde LP) en mijn moeder is al dertig jaar dol op Nederlandstalig cabaret. Samen was dat goed voor drie meter platen waarvan ik het cabaretgedeelte integraal uit mijn hoofd ken, maar er zat niets stevigs tussen. Het was 1981 en ik wist niet wat te doen.
 
En toen was daar Alice Cooper, een van de meest verdorven rocksterren van de seventies, in een tot dan toe tamelijk onverdacht programma: de Muppetshow. Wij keken thuis met het hele gezin. Mijn ouders begonnen wat onrustig heen en weer te schuifelen toen er een zombie-achtige dégénéré met lange haren, doorgelopen make-up en een satanische blik in de ogen in beeld kwam. Mijn zus vond het ook helemaal niks. Ik was echter onmiddellijk verkocht door de combinatie van humor en horror die Alice Cooper vertegenwoordigde. Dat de getergde zanger ten tijde van de opnames zo ongeveer net uit de rehab kwam en een tamelijk mistige periode van zijn lange, sinistere loopbaan inging, kon ik nog niet vermoeden. Hij speelde in een van de beste muppetshows die ooit is gemaakt, alleen al omdat de meer zoetige knuffelmuppets voor één keer waren vervangen door alle duistere wezens die ooit uit de handen van die meesterlijke poppenmakers zijn gekomen. In de show zijn alle griezels natuurlijk dol op Alice Cooper. Hij sluit een contract met de duivel, maar zingt ook een lief duet met een spook - en als denderende finale zingt hij School’s Out - een nummer met de boodschap: ‘School’s out for summer / school’s out for ever!’ Het is niet vreemd dat je daar als elfjarige direct plat voor gaat. Mijn eerste LP moest en zou een plaat van Alice Cooper worden.
 
De plaat was al snel verkregen bij de  plaatselijke grammofoonboer. Ze hadden alleen de Greatest Hits (en getuige het stof op de hoes hadden ze die al heel lang), dus veel keus was er niet. De droge tik waarmee de naald van de pick-up voor het eerst het vinyl raakte, was het startschot voor mijn puberteit. Wat dat betreft had ik geen beter idool kunnen kiezen. Weinig zangers hebben zoveel liedjes over de jaren van verwarring en strijd die elke puber doormaakt: I’m Eighteen, No more Mr. Nice guy, Teenage Lament ’74, Muscle of love en vele, vele anderen. Hoe vreemd ik me de jaren daarop ook voelde, met een lichaam dat alle kanten op groeide, haar op de meest vreemde plaatsen en een steigerend libido, Alice Cooper leek het allemaal te begrijpen. Via de muziekbibliotheek werkte ik vanaf de Greatest Hits uit 1974 zowel voor- als achteruit in de tijd, en vond steeds meer pareltjes. Ik maakte kennis met het politiek getinte album ‘Billion dollar babies’ (1973) en het absolute meesterwerk ‘From the inside’ (1978), maar ook met veel jaren tachtig-rommel. Op den duur verdwenen de Greatest Hits van Alice in de stoffige regionen van weinig gedraaide platen. Van de zanger werd weinig meer vernomen. Ik ontdekte andere muziek. Toen ik mijn eerste vriendinnetje kreeg en het tijdperk Cooper definitief afgesloten leek, was er opeens een bescheiden nieuw hitje, een nieuwe plaat, en vooral: een concert. Waar ik nooit van had durven dromen gebeurde: mijn oude held kwam in 1987 naar Nederland en ik was erbij. Het was mijn eerste grote concert en ik was op een enkele manier voorbereid op het spektakel dat me te wachten stond. Het was me niet ontgaan dat Alice Cooper in Amerika altijd berucht is geweest om zijn shows vol lugubere horrortrucs, ontploffingen en algehele bombast, maar dat is nog wel iets anders dan erbij staan. Het geluid was oorverdovend. Het licht was oogverblindend. Het decor was groots. En Cooper, gehuld in passend slangenleer, bleek de meest charismatische showman die ik ooit had gezien. Hij liet zich onthoofden! Hij liet zich verhangen! Hij hakte een monster het hoofd af, waarna het beest zich vooroverboog naar het publiek en een paar honderd liter kunstbloed uit zijn romp het publiek in spoot! De nietsvermoedende passant moet zich wild zijn geschrokken toen de concerthal duizenden tevreden hardrockers begon uit te braken, waarvan er een paar honderd oogden alsof ze collectief uit een verschrikkelijk ongeluk kwamen gestrompeld.
 
 
 
 
Nou, dat weten we dan ook weer
maandag 17 september 2007