Bakkersangst
Bakkersangst
Gerbrand Bakker schrijft op zijn blog: ‘Ik heb een irrationele angst voor grotemensenpoëzie. Daar ben ik nu, na een weekend Landgraaf, waar de 8e Dag van de Poëzie gehouden werd, inclusief de uitreiking van de Jo Peters Poëzieprijs (gefeliciteerd Edwin Fagel), maar weer eens achtergekomen. Zaterdagavond beet Esther Naomi Perquin, één van de genomineerden, het spits af, en las één gedicht voor, dat mij met de oren deed klapperen. In het korte interview dat daarop volgde, werd alles nóg ingewikkelder gemaakt (nodeloos), en begreep er ik er écht geen lor meer van.’
Vreemd, want de man schrijft zelf proza zoals een dichter het zou doen - en dat bedoel ik als een compliment. Afgezien daarvan: er is en blijft een probleem met dat aura van poëzie als zijnde enerzijds beangstigend, anderzijds iets dat begrepen moet worden, en vooral met de koppeling tussen die twee (een soort doorratelende angst: ‘ik zal er wel te stom voor zijn en de rest begrijpt het allemaal kennelijk wel want die zitten te klappen en mijn glas is leeg de bar is dicht hoe kom ik hier vandaan -’).
Dichters begrijpen hun eigen poëzie vaak niet eens. Dat valt nooit zo op, omdat ze natuurlijk wel alles weten over de ontstaansgeschiedenis van hun werk - ze waren er immers bij - en een sterke intuïtie hebben dat het er het zo moet staan en niet anders (of die juist niet hebben, maar van die twijfel dan weer gedichten maken). Als lezer wil ik geen gedichten begrijpen, ik wil ze ervaren. Routeplanners, landkaarten en handleidingen wil ik begrijpen. Daar moet ik namelijk iets mee. Een gedicht hoef ik helemaal niet te begrijpen, omdat het geen enkele praktische functie heeft, behalve dat ik leef voor poëzie (maar mijn leven begrijp ik ook niet). Als dichter kan ik iets schrijven waarvan ik denk dat een ander het wel zal begrijpen. Meestal kom ik bedrogen uit. Maar het lukt me wel vaak om iets te schrijven waarvan iemand denkt dat hij het begrijpt - iets waarmee hij zelf aan de haal kan gaan. Daar is het mij persoonlijk om begonnen in de poëzie - gedichten schrijven waar lezers zichzelf in kunnen herkennen.
Over de wens om een gedicht te begrijpen valt pas te praten als je kunt definiëren wat ‘begrijpen’ eigenlijk betekent, bij kunst in het algemeen en bij een gedicht in een bijzonder. Zou Gerbrand Bakker willen dat we zijn proza begrijpen? Hij lijkt in elk geval proza te willen schrijven dat het mogelijk maakt om het verhaal dat hij vertelt te begrijpen. Maar een gedicht is geen verhaal dat je je laat vertellen, een gedicht is een soort vreemde bak met spullen waar je iets van je eigen gading uit haalt, als er zoiets tussen zit. Proza is dat ook, alleen staat daar de schrijver als een marktkoopman naast. Hij probeert je voortdurend om te kletsen om alles uit die bak mee te nemen. Op het moment dat je hem gelooft is het boek uit, de bak leeg, en jij zit met die spullen. Een gedicht - als je het mooi vindt - is een bak met spullen waar je zelf naast gaat staan om ze voortdurend aan jezelf te slijten, desnoods levenslang. Een boek lees je uit. Een goed gedicht kun je altijd weer in. Een zeldzaam goed boek trouwens ook, maar zulke boeken zijn dun gezaaid.
Poëzie, zou je op zijn radio Bergeijks kunnen zeggen, poëzie is een keuze.
Een mooi antwoord van Joost Baars vindt u hier.
woensdag 23 april 2008
Poëzie en begrip