Copyright Thera Coppens
 
Marie Cornélie dagboek van haar reis naar Sint-Petersburg 1824-1825
 
door Thera Coppens
 
In 1814 was tsaar Alexander I de held van heel Europa. De Russen noemden hem De Engel, of De Gezegende. Mannen en vrouwen huilden of vielen flauw bij het zien van zijn knappe, rijzige gestalte. Ze waagden hun leven door zich in de mensenmassa naar voren te dringen om maar even de staart van zijn paard aan te raken. Nadat hij keizer Napoleon de beslissende nederlaag had toegebracht hield hij zijn triomfantelijke intocht op de Champs d'Elyssée en daar herhaalden zich de taferelen van uitzinnige verering.
Toen freule Marie Cornélie van Wassenaer Obdam tien jaar later het Russische hof bezocht, was het aureool van Alexander nauwelijks verflauwd. Maar Marie Cornélie bezag de wereld met een nuchtere blik. Ze was opgegroeid op Kasteel Twickel in Twente en kwam, als stiefdochter van de hofdame Sophia douairière Van Wassenaer geboren van Heeckeren van Kell regelmatig aan het Haagse- en Brusselse hof. Ze liet zich niet verblinden door het goud van vorstelijke kronen. Achter elk adellijk masker zocht ze vooral de mens.
 
In 1823 vernam Marie Cornélie dat haar en haar Maman een grote eer ten deel was gevallen; ze mochten Anna Pavlovna en haar gemaal kroonprins Willem Frederik van Oranje Nassau begeleiden op een verre reis naar het hof van de roemruchte tsaar Alexander I te Sint-Petersburg.
Een jaar voor het vertrek werden er al hofjaponnen - met sleep en z.g. ronde japonnen - , tiara's en mantels in reismanden naar Rusland gestuurd. Aan het Oranjehof was de opwinding nog groter: Anna Pavlovna had haar geliefde moeder Maria Fjodorovna al sinds jaren niet meer gezien. Ze werd verscheurd door heimwee naar het Russische hof waar haar geliefde broer Alexander I troonde. In de Lage Landen miste ze de muziek van haar taal, de rituelen van de luisterrijke Russisch orthoxe kerk, de pracht van de Russische paleizen, het ijs van de Neva en de fonteinen van het zomerse Peterhof. 
Om Sint-Petersburg terug te zien moest ze haar vier kinderen; de prinsen Willem, Hendrik en Alexander en de pasgeboren prinses Sophie in het paleis te Brussel achterlaten want ze waren nog te klein om alle ontberingen van de tocht te doorstaan. Niettemin verheugde de tsarendochter zich op de reis en vertelde Marie Cornélie tijdens haar theevisites op Paleis Soestdijk of Paleis Kneuterdijk honderduit over alle verrukkingen die haar vaderland te bieden had.
De freule Van Wassenaer Obdam was de enige die zich niet verheugde op de reis. Ze was gehecht aan Kasteel Twickel met zijn landerijen, ze hield van haar nichten en neven die op het naburige Kasteel Ruurlo woonden en ze wilde haar piano- en tekenlessen niet missen, die ze 's winters in haar stadspaleis aan het Lange Voorhout kreeg. Marie Cornélie had een hekel aan het hofleven met zijn protocollen, ze zat niet graag opgeprikt in salons en liet zich niet imponeren door diamanten en dure opschik.
Bovendien had ze een zwakke gezondheid en een bocheltje. Volgens tijdgenoten was ze mooi, geestig en charmant zodat men die mismaaktheid in de omgang gauw vergat. Maar Marie Cornélie vreesde dat men vooral zo dol op haar was omdat ze als rijkste erfdochter van het land bekend stond. Sophia van Wassenaer piekerde er niet over om haar ongehuwde, vijfentwintigjarige stiefdochter onbewaakt op Twickel of den Haag achter te laten. En dus stapte de freule gehoorzaam in de reiskoets en begon op 10 augustus 1824 aan de verre, avontuurlijke tocht naar het rijk der Romanovs. Als troost had ze haar dagboek waarin ze elke avond de belevenissen opschreef. En ze had een tekenalbum, om onderweg de mooiste plekjes te vereeuwigen.
De koets deed er een paar dagen over om het Koninklijk Paleis in Brussel te bereiken. Daar namen Willem I van Oranje Nassau - sinds 1815 koning van Nederland, België en Luxemburg - en koningin Wilhelmina afscheid van hun zoon en schoondochter. Ze zouden elkaar een jaar lang moeten missen. De hofstoet van Anna Pavlovna en kroonprins Willem Frederik bestond - behalve uit de geliefde Sophia van Wassenaer met Marie Cornélie - uit de Belgische hofdame Pauline d'Oultremont, lakeien, knechten, koetsiers en postiljons, een lijfarts, een hoffunctionaris, dienstmeisjes, wasmeisjes en een kok met zijn keukenwagen. Op 9 september zette de stoet zich in beweging en trok oostwaarts om via Duitsland - waar ze aan het hof te Weimar een bezoek brachten aan Anna Pavlovna's zuster - richting Rusland. Marie Cornélie en Pauline, die vriendschap hadden gesloten, zaten altijd samen in een koets en doorstonden vele ontberingen.
 
Op dinsdag 21 september 1824 overnachtten ze in Leipzig:
'Om vier uur 's morgens begaven Pauline en ik ons op weg. De sterren straalden nog volop aan het firmament. Een poosje was de weg nog aardig goed maar weldra kwamen we in verschrikkelijk mul zand. (..) Algauw bevonden we ons in een dicht sparrenbos, waar ik nooit meer uit tevoorschijn dacht te komen. Om het mulle zand te vermijden kozen de postiljons zijpaden over de boomwortels, die ons op een onwaardige manier op en neer lieten hobbelen. Spoedig bevonden we ons in een absolute duisternis. De rijtuiglampen werden aangestoken en we reden in het donkere woud stapvoets verder.'
Op 24 september bereikten ze het stadje Deutsche Krone, waar de prinses van Oranje bij wil komen van de vermoeienissen. In de door zwarte vliegen bevolkte kamer van de plaatselijke postmeester brachten ze de nacht door. Kroonprins Willem bewaarde onder alle omstandigheden een goed humeur en zorgde er in elke rustplaats voor dat ze de nodige lichaamsbeweging kregen;
'Na de maaltijd stelde hij voor een wandeling te maken. We liepen door de straten onder escorte van al het rapaille van Deutsche Krone, dat niet gewend was een dergelijk gezelschap over straat te zien wandelen. Alle joden, die gezeten voor hun deuren de sabbat vierden, sloegen ons gade. De prins leidde ons naar de velden, langs het meer en naar de grote weg. We smaakten het genoegen om tegelijk met de ganzen in de stad terug te keren, waarbij we zo ingesloten werden dat we bijna niet vooruit konden komen.'
Herbergen vol vlooien en luizen trotserend bereikten ze de grens van Polen. Dezelfde avond - 3 oktober - reden ze Rusland, het rijk van de tsaar binnen. Daar zagen ze de eerste wolven in het veld en maakte Marie Cornélie geschokt melding van de wreedheid van de Russische koetsier, die zijn paarden en knechten ongenadig afranselde. Via Litouwen kwamen ze in Koerland waar ze het zwaarste traject van de reis moesten afleggen.
 
Woensdag 6 oktober:
' De route naar de eerste wissel was redelijk maar op weg naar de tweede kwamen we in zulk diep zand terecht dat onze acht paarden(..) ons niet meer vooruit konden krijgen. Na veel vruchteloze pogingen moesten we een van de postiljons terugsturen naar het wisselstation om vier extra paarden te halen. Door dit oponthoud verloren we zoveel tijd dat de prins en prinses, ons zo snel als ze konden hadden ingehaald. Hun weinig belaste rijtuig werd gemend door een Russische hofkoetsier, die hen al gereden had ten tijde van hun huwelijk. Hij reed in galop door het diepste zand. (..) We waren nog niet halverwege onze verblijfplaats Gulben toen het al donker begon te worden. We hadden alleen een restje brood en wat koud vlees in het rijtuig dat we nog deelden met onze bediende. Dit was alles dat we in 24 uur te eten kregen.'
Toen ze om vier uur in de morgen uitgeput op de plaats van bestemming kwamen, hadden de prins en prinses van Oranje een goede nachtrust genoten en stonden op het punt om verder te trekken. De resten van hun maaltijd van de vorige avond waren oneetbaar geworden en Marie Cornélie nam genoegen met een kop zwarte koffie en wat brood:
'Pauline, die zich toch al niet lekker voelde, begon nog harder te mopperen. Zelf was ik te uitgeput om nog tekeer te gaan. (..) Na onze maaltijd verscheen de prins, die om onze nare voorvallen alleen maar lachen kon.'
Ze stapten weer in de reiskoets: 'Het was lang geleden dat ik me zo moe had gevoeld. Ik had pijn in mijn rug en in mijn nieren en kwam pas weer een beetje tot leven door het eten van Paulines chocolade en het drinken van madera.'
Na vele dagen vol ontberingen ratelde de koets met Marie Cornélie en Pauline op zondag 10 oktober 1824 om half zes 's morgen de binnenplaats van paleis Gatsjina op. De oude tsarina Maria Fjodorovna, die vol verlangen uitzag naar de terugkeer van haar jongste dochter, was Anna Pavlovna al een paar haltes tegemoet gereden. De beide hofdames wachtten vol ongeduld om aan deze formidabele vrouw, die als moeder van de heersende tsaar nog een hogere positie innam dan de regerende tsarina, te leren kennen.
' Na het ontbijt kropen we gauw weer in bed om nog wat uit te rusten. Maar het daglicht hield me uit mijn slaap. Na een uur, toen ik net begon te dommelen, werd ik met een aangenaam bericht gewekt. We moesten ons zo snel mogelijk kleden in een japon met sleep en diamanten om na de mis voorgesteld te worden aan de weduwe van de overleden tsaar; Maria Fjodorovna'. De hofdames stonden die ochtend wat verlegen tegenover de gehele schitterende  hofhouding, waarvan Maria Fjodorovna het middelpunt vormde: 'Na enkele ogenblikken schreed de tsarina op ons toe. Zij is een grote vrouw met voor haar lengte een goed postuur. Dankzij duizend kleine schoonheidsgeheimpjes is zij voor haar 65 jaar zeer goed geconserveerd. Zij draagt onder andere een korset, dat zo strak zit, dat zij alleen hele kleine pasjes kan nemen. Bukken lukt niet en ze kan zelfs haar armen niet ver genoeg naar voren steken om haar lange handschoenen aan te trekken. Dit doet ze door haar ene hand op haar rug te houden. Ze straalt veel waardigheid uit en heeft tegelijkertijd beminnelijke omgangsvormen.'
Tsaar Alexander I maakte op dat ogenblik een rondreis door zijn rijk en zou pas later naar Gatsjina komen. Marie Cornélie kreeg de kans om eerst wat aan de omgeving te wennen. Ze hield een verkenningstocht door het grote paleis met zijn luxueus ingerichte zalen en liet zich voorstellen aan de hofdames: 'We gingen op zoek naar de hofdames, die in de vieste en meest onwelriekende gangen wonen die ik ooit in mijn leven gezien heb. Geen daglicht en geen frisse lucht komen hier ooit binnen. De kamers zijn klein en laag en worden zo sterk verwarmd, dat je kans loopt er flauw te vallen. De meeste dames ontvingen ons niet. Zij waren bezig zich te kleden. (..) Na afloop restte ons maar een ogenblikje rust voor het diner. Dit vindt plaats om drie uur. Pauline en ik gingen naar het 'Arsenaal', een grote overwelfde zaal (..). In het ene gedeelte staan; een tafel, die na de maaltijd wordt verwijderd, dressoirs en een schommel. De andere is bestemd voor nog meer ontspanning. Hier bevindt zich een theatertje, een piano, een rad van avontuur, een houten glijbaan, een biljart, een bilboquet, veertjes, rackets, dobbelbekers etc. etc. De aanwezigheid van de tsarina verhindert geenszins, dat men zich aan deze spelletjes waagt. Zij moedigt dit zelfs aan en speelt zelf soms een partijtje pluimbal.'
Marie Cornélie, die van lekker eten hield, beschreef met veel scepsis de maaltijden aan het Russische hof die in gouden, zilveren en porseleinen serviezen werden opgediend: 'Na de soep komen eerst verschillende soorten  paté’s, die op een en dezelfde schotel worden opgediend. Daarna volgen koude kip met gerookte tong, kalfsvlees - en ik weet niet wat nog meer - in een koude gelei met Rijnwijnsmaak. Dan: rundvlees zonder geur noch smaak, opgediend met slechte aardappels, kool, knollen en wortels - alles op dezelfde schotel. Hierna komen vis, één of twee ragouts met truffels, een rollade die gewoonlijk bestaat uit kip en piepkuiken, gevolgd door vla en een gelatinepudding; de ene dag een rode en de andere dag een gele. Zie daar wat er van 1 januari tot en met 31 december aan de tafel van deze tsarina wordt gegeten.'
Op maandag 11 oktober maakte Marie Cornélie kennis met Elisabeth Fjodrovna, de gemalin van tsaar Alexander: 'De komst van de regerende tsarina, die de prinses wilde ontmoeten, vervulde ons nog eens met zorgen over onze kleding. Men adviseerde ons om half elf klaar te staan in een japon met sleep. Zo gingen we naar de salon van de prinses van Oranje, waarnaast de tsarina in het boudoir zat. We wachtten tot twee uur alvorens we in dit Heiligdom werden binnengevoerd.
De tsarina droeg een zeer eenvoudige zijden mantel en een mutsje. Haar verwelkte teint laat van haar vroeger veel geroemde schoonheid weinig over. Haar stem is heel aangenaam, maar zij doet weinig aan haar lijn. Haar hele uiterlijk draagt de sporen van het verdriet dat zij geleden heeft, hoewel de tsaar tegenwoordig het haar gedane onrecht herstelt en haar zelfs erg is toegewijd. De wonden die ze heeft opgelopen, laten zich moeilijk genezen.
Telkens weer trof haar de stille eenvoud waarmee de tragische Elisabeth zich omringde. Ze verscheen zelden in het openbaar terwijl haar schoonmoeder haar entree door een verbazingwekkend ceremonieel liet voorafgaan: 'Een ogenblik daarvoor beginnen de “renners” heen en weer te lopen. Daarbij schudden ze hun mutsen met zwarte veren op en neer. Tenslotte komt er een lakei aan met een roodgeblakerde en in wierrook gedompelde schep. De hovelingen nemen hun plaats in, waarbij zij opmerken 'Er wordt wierrook gebrand, de tsarina komt er aan'. De mannen gaan aan de ene zijde staan en de vrouwen aan de andere. Uiteindelijk hoor je een 'Sst!' dat door de hele zaal gaat. Een deurtje opent zich, de godin verschijnt en allen maken een diepe buiging. Na zo ongeveer tegen iedereen iets gezegd te hebben gaat de tsarina zitten en neemt elk zijn plaats aan tafel in.'
 
Al gauw raakte de freule Van Wassenaer verveeld door de protocollen en het in haar ogen lege bestaan van volwassen hovelingen, die zich 's avonds vermaakten met bals, visites, op roetsjbaan en schommel. Gelukkig kwam begin november tsaar Alexander I aan, hetgeen de nodige opwinding veroorzaakte. Behalve bij Marie Cornélie, die schreef: 'De tsaar arriveerde die dag in Gatsjina. Hij was twee dagen tevoren in Tsarskoje Selo teruggekeerd van een grote reis door het binnenland van zijn rijk. Al vanaf elf uur ‘s ochtends waren we gekleed om aan Zijne Majesteit te worden voorgesteld, maar deze kwam pas om zeven uur ‘s avonds aan (..) Het voorstellen aan de tsaar vond plaats bij de prinses van Oranje. De prins introduceerde ons. De grote man leek me niet zo mooi en zo groot als ik had gedacht. Het was trouwens donker in de kamer en zijn uniformjas zag er niet erg verzorgd uit. Hij vroeg Pauline naar mensen die hij kende van zijn verblijf in Brussel. Hij zei iets over het weinig gunstige klimaat van  St. Petersburg, over de reis die hij had gemaakt en over de mooie streken, die hij in de Oeral had doorkruist. De tsaar is erg doof, wat het gesprek met hem bemoeilijkt. Hij drukt zich overigens heel gemakkelijk uit en heeft een aangename stem (..) Als hij spreekt heeft hij een aardige gelaatsuitdrukking. Hij heeft de gewoonte om zich te parfumeren, zodat zijn sporen overal te volgen zijn. De prins van Oranje verhief zijn stem als hij tegen hem sprak op een vreselijke manier. Ze hebben een heel intieme band met elkaar.'
Naarmate ze langer in Gatsjina verbleven, werden ze stuk voor stuk ziek door de koude tocht in het paleis en de slechte kwaliteit van het drinkwater, dat rechtstreeks uit de Neva betrokken werd. De hovelingen waren er aan gewend het hele jaar door van het ene paleis naar het andere te trekken en in november maakte iedereen zich gereed voor het vertrek naar het beroemde Winterpaleis te Sint-Petersburg.
 
Ondanks haar heimwee en ironische visie was Marie Cornélie betoverd door de eerste aanblik van Sint-Petersburg, de stad die honderdvijfentwintig jaar geleden door tsaar Peter de Grote in de moerassen aan de Neva was gebouwd: 'Toen we over een stenen brug waren gereden, werden we getroffen door de schoonheid van het panorama dat zich voor onze ogen ontvouwde: een mooi kanaal begrensd door twee stenen kaden en een ijzeren balustrade, brede en helemaal rechte straten, prachtige trottoirs zonder onderbrekingen en zeer grote, hoewel over het algemeen lage huizen. Dit alles vormde een prachtig schouwspel. Toch kon ik me niet verzetten tegen een gevoel van droefheid omdat ik bedacht dat ik hier een hele winter zou moeten blijven. De brede straten en grote pleinen hadden in hun grootheid iets treurigs. De weinige mensen die voorbij kwamen, verloren zich in de ruimte. Tenslotte bereikten we het grote plein.
De Admiraliteit, het Winterpaleis en het gebouw van de Generale Staf met zijn grote gewelf verschenen plotseling in ons gezichtsveld. We kwamen ogen tekort om alles te bewonderen. Tenslotte reden we de Miljonairstraat in en stopten voor het Shepelev paleis, een gebouw dat grenst aan het Winterpaleis. We werden naar een prachtig appartement gebracht, dat bestemd was voor Maman.'
Nauwelijks was het gezelschap gearriveerd of de stad werd getroffen door de grootste watersnoodramp, die Sint-Petersburg ooit teisterde en duizenden mensen het leven kostte. Verbijsterd stond Marie-Cornélie voor haar venster van het Winterpaleis en zag hoe het water van de Neva steeg en steeg. Vrijdag 19 november: 'Het werd steeds vreselijker wat ik zag. Weldra was het grote Paleisplein één groot meer geworden (..) Al een hele tijd waren er geen drosjkes en voetgangers meer voorbij. Twee rijtuigen met vier paarden reden nog langs. Het ene raakte klem tegen een stoeprand, waarvan al niets meer te zien was. De paarden stonden tot de hals in de beukende golven en hadden geen kracht meer om zich te bewegen. De koetsier die van de bok was gekomen om te proberen weer vlot te raken, kon zelf niet meer op zijn benen blijven staan. Hij moest de dichtstbijzijnde lantaarnpaal vastgrijpen.(..)De tsaar had dadelijk alle mogelijke maatregelen genomen om zoveel mogelijk alle ongelukkige getroffenen  te helpen. (..) Aangezien het water ook in de benedenverdieping van het paleis stond, kregen we die dag slechts met moeite een diner. Er werd gezegd dat er in de kelder zelfs enkele mensen verdronken waren.'
 
Toen het water van de Neva daalde, de slachtoffers waren geborgen en de straten en pleinen weer schoon waren sloeg de felle kou toe. Marie Cornélie stapte met haar stiefmoeder in een slede: 'Maman en ik maakten ons eerste tochtje in een slede, waarvan we erg genoten. Het sneeuwde behoorlijk maar daar maakt men zich hier niet ongerust over. Als er maar geen felle wind bij komt. Veel warmer gekleed dan in Nederland installeerden we ons in de slede. Hierin zit je met z’n tweeën heel comfortabel met een berenhuid over je knieën. De knecht staat achterop en de koetsier zit voorop. Deze ment de twee paarden, waarvan het ene het lamoen (disselboom) draagt en het voertuig trekt, terwijl het andere er alleen maar naast galoppeert,  met het hoofd naar beneden, iets waaraan ze in de stal gewend worden.'
Langzamerhand begon ze van haar verblijf te genieten en schreef 's avonds met groeiende geestdrift over haar bezoeken aan de kunstcollectie van de Hermitage, een theatervoorstelling met Russische dansen, de folkloristische kostuums van verschillende streken en haar bezoeken aan allerlei liefdadige instituten die door Maria Fjodorovna waren gesticht.
Als hofdame van Anna Pavlovna was Marie Cornélie wel gedwongen de Russische orthodoxe diensten bij te wonen die haar, als sobere protestantse, overdreven voorkwamen. Ze wist de tijd in de paleiskapel echter op een aangename manier te doden:
'De hele gemeente probeert zoveel mogelijk tegen de muur te leunen, omdat men in de orthodoxe kerk nauwelijks durft te gaan zitten. De prinsessen die zwanger zijn of ongesteld, nemen deze vrijheid soms wel. De gezangen troffen me niet zo bijzonder als ik verwacht had. (..) Hoewel het voor zoiets niet het meest passende moment was, kon ik me er niet van weerhouden om tijdens de mis met verbazing naar de slanke tailles te kijken van de heren officieren van het regiment van de tsarina. Omdat ze tegen het licht stonden, leek het of je ze als een wesp in tweeën kon snijden. Alle Russische militairen zijn zo vreselijk strak ingesnoerd, dat ze nauwelijks kunnen gaan zitten. Behalve het uniformjasje en de sjerp die, zoals een officier mij zelf verteld heeft, door twee mannen moet worden aangetrokken, dragen ze nog strakke broeken in hoge laarzen, waardoor ze hun knieën niet kunnen buigen. Niet alleen de officieren, maar ook eenvoudige soldaten worden op deze manier ingesnoerd. Dit veroorzaakt onvermijdelijk slagaderbreuk of andere ongevallen. Vanaf hun vroegste kinderjaren worden de militairen in verschillende scholen zo ingesnoerd. Zo wordt hun borstkas naar voren gedrukt, waardoor ze helemaal opgevuld lijken. Deze onnatuurlijke staat veroorzaakt een vroegtijdige dood en het is daarom heel zeldzaam als een Russische soldaat het einde van zijn 25-jarige diensttijd bereikt, ongeacht de leeftijd waarop hij onder dienst is gegaan.'
 
Omdat de Russische kalender in de negentiende eeuw nog twaalf dagen achter liep op de Gregoriaanse kalender, waar aan men zich in de rest van Europa hield, vierden de Hollandse gasten op 25 december in hun eentje kerstmis en werd de freule Van Wassenaer opnieuw overvallen door heimwee naar haar verre vaderland. Pas op donderdag 6 januari 1825 vierden de gelovige Russen het kerstfeest, hetgeen gepaard ging met feestelijke ceremoniën:
'De tsarina, de tsaar en het hele hof woonden de mis bij in groot tenue; de dames droegen Russische japonnen. Het hof verenigde zich hiervoor  in de Grote Zaal. Daar bevond zich ook een hele menigte officieren van verschillende garderegimenten, die een erehaag vormden bij het passeren van het hof. De stoet werd geopend door de tsaar, die zijn moeder bij de hand leidde. Zij droeg een purperen mantel, afgezet met hermelijn. De drie groothertoginnen Helena, Maria en Anna volgden arm in arm. Vervolgens kwamen groothertog Michael, de prins van Saksen-Weimar, de koninginnen van Georgië en tenslotte de leden van de hofhouding, die ongeordend door elkaar liepen. In de hofkapel gekomen namen de tsaar en de tsarina plaats vlak voor de balustrade, die het koor afsluit. De groothertoginnen stonden iets verder naar achteren en de hofdames nog wat verderop. Alle hofdames gingen rechts, terwijl de heren, voor zover zij binnen konden komen, links gingen staan. Om een beetje steun te hebben, zocht ik een plekje tegen de muur.
Na de mis werd er gezongen (..)De gezangen tijdens de mis zijn prachtig. Het enige nadeel van de orthodoxe dienst is, dat je voortdurend moet staan. Er zijn hier op z’n minst vijftig voorzangers die allen - van de kleinste kinderen tot de basstemmen - perfect geoefend zijn.'
 
Op 18 januari 1825 mocht Marie Cornélie getuige zijn van een luisterrijke ceremonie: de Zegening van het Water van de Neva dat herinnerde aan de doop van Jezus in de Jordaan. 'Ze waren al een paar dagen bezig geweest op het ijs van de rivier een tempeltje te bouwen. Dit open gebouwtje werd omgeven door een soort galerij (..)De tsaar was vanwege zijn gezondheid opzettelijk weggebleven. Dit ontsloeg hem van zijn vaste gewoonte om blootshoofds te paard bij de plechtigheid aanwezig te zijn.
‘s Ochtends om tien uur vervoegde ik me met Maman in een kostbare japon met sleep bij de prinses van Oranje, die meteen met Maman naar haar moeder ging. Omdat ik niet hoog genoeg in rang ben om daar bij te blijven, ging ik alvast naar de Grote Zaal (..) Weldra schreed de tsarina met haar dochters en kleindochters binnen. We gingen eerst naar de hofkapel. Er klonken die dag schitterende gezangen. Na een korte dienst kwamen de aartsbisschop en de priesters, die het kruis en het evangelieboek droegen, naar buiten. De keizerlijke familie volgde hen op de voet. Zo liepen we door de Witte Zaal en de daarop volgende vertrekken  die naar de appartementen van de tsaar leiden. Bij diens deuren stonden negers in een Oosters kostuum. De meesten van hen spreken Frans en Russisch. Ze bedienen de tsaar en de regerende tsarina. De keizerlijke familie ging naar het appartement van de tsarina, dat uitziet over de rivier. De priesters met hun gevolg hadden ons bij de grote trap verlaten om naar het op het ijs gebouwde tempeltje te gaan.
Wij gingen in de Marmeren Zaal bij het raam zitten. Ondanks de dooi stond er een grote menigte op het ijs van de Neva. Ook op de kade langs het paleis zag het zwart van de mensen. Voor de priesters was zand op de kade gestrooid. Wij zagen hen al snel - in de volgorde waarin ze de kapel verlaten hadden - naar buiten komen. Ze werden gevolgd door de standaards van de hoofdstedelijke garnizoensregimenten, de hofpages en enkele officieren. Bij afwezigheid van de tsaar ontsloegen de meesten zich van het gebruik om met ontbloot hoofd te lopen. Terwijl de stoet het tempeltje betrad, plaatsten de militairen vlaggen op de open galerij. Toen daalde de aartsbisschop enkele in het ijs uitgehakte treden af om bij het water te komen. Hij dompelde het kruis er in onder en op hetzelfde moment werden de kanonnen op het fort afgevuurd. Vervolgens schepte de priester, op de plaats waar het kruis was ondergedompeld, twee zilveren schalen water uit de Neva op en liet ze naar de tsarina’s brengen. De vlaggen werden ermee besprenkeld en ook het volk, dat naar voren dromde om het gewijde water op te scheppen.
Er werd me verzekerd dat het vroeger gebruikelijk was om kinderen in hetzelfde water te dopen. Omdat de meeste kleintjes hierdoor om het leven waren gekomen, was dit gebruik afgeschaft.'
 
Eind januari werd Marie Cornélie uitgenodigd voor een Russisch gebruik: ze mocht de uitzet gaan bekijken van een aanstaande bruid. Het betrof gravin Pahlen, één van de rijkste erfdochters van St. Petersburg. 'Naar de hier gehanteerde vaststelling van een vermogen, bezit zij 40.000 lijfeigenen.(..) Bij binnenkomst zagen we eerst de hele keukenuitzet, potten, pannen en cassettes voor het zilverwerk. In de volgende kamer stond een schitterend servies en verder was er tafel- en huishoudlinnen uitgestald, waarvan het naaiwerk niet erg fraai was. Tenslotte de garderobe, die ik werkelijk magnifiek vond. Alles maar dan ook alles was van kunstig Moskous  borduurwerk voorzien, van lakens en oorkussens tot twaalf dozijn zakdoeken aan toe. De rest was net zo fraai. Ik telde vijfendertig ronde zijden japonnen in verschillende kleuren; waarvan acht of tien van mousseline, één van Brusselse kant, en een tiental geborduurde onderjurken, afgezet met dubbele stroken. Er waren glanzende pelzen, kanten hoofdkussen en oorkussentjes, afgezet met kant en zelfs pantoffels van roze satijn overtrokken met kant.
Ik zag daar ook een van een inheemse kasjmier sjaal vervaardigde mantel. De stof en de kleuren waren prachtig, de randen versierd met natuurlijke bloemen op een witte ondergrond. Het mooiste van alles waren de kamerjas van de aanstaande echtgenoot en de beddensprei, beide van authentieke gestreepte kasjmier. Ik vond het allemaal geweldig maar in Russische ogen was deze uitzet bekrompen. Hier zijn de mensen verwend door de enorme rijkdom en de nog grotere uitgaven.'
 
Na de indrukwekkende viering van het Russische paasfeest in Sint-Petersburg brak de lente aan. Hoewel het op 30 mei nog steeds sneeuwde en ijzig koud was vertrok het hele hof naar paleis Pavlovsk, een elegante residentie gebouwd voor de vermoorde tsaar Paul en diens gemalin Maria Fjodorovna. Vanuit dit paleis werden uitstapjes gemaakt naar het sprookjesachtige Tsarskoje Selo waarvan alleen al de voorgevel driehonderd vensters telt. 'Het weer begon eindelijk wat zachter te worden. De lindeboom had nauwelijks waarneembare knoppen aan zijn kale takken. Maar toen ik op maandag 6 juni ontwaakte, zag ik tot mijn stomme verbazing dat de boom na één nacht in volle bloei stond. In minder dan twee dagen was de verandering compleet en waren we - zonder overgang naar de lente - middenin de zomer beland. De warmte was navenant.'
 
Marie Cornélie genoot uitvoerig van wandelingen door de vele paleistuinen, waarbij ze de paviljoens, boerderijtjes, fonteinen en galerijen tekende en beschreef. In de nazomer keerde het hof terug naar Sint-Petersburg om een grote legerschouw op het Marsveld bij te wonen:
'Zodra de tsaar verscheen, lieten de corpsen van alle regimenten gelijktijdig zonder één wanklank van zich horen. Van alle kanten klonk een algemeen Hoera-geroep op, wat herhaald werd toen de tsaar tussen de in rijen opgestelde soldaten reed. Er stonden 40.000 manschappen uit de elitecorpsen van de Russische krijgsmacht opgesteld.
Van de muziek herkende ik de wijs van “God behoede onze tsaar” en veel melodieën uit Der Freischütz. Na een ronde gemaakt te hebben posteerde de tsaar zich niet ver van het rijtuig van zijn zusters en nichtjes. De prins van Oranje bevond zich links van hem (..)De infanterie trok voorbij met de groothertogen Nicolaas en Michael aan het hoofd van hun divisies.
Daarna kwam het Semeonovski regiment, dat enkele jaren geleden enige tijd wegens muiterij ontbonden was geweest. Vervolgens kwamen nog het Preobrazhenski regiment en de nog zeer jonge karabiniers in opleiding, allen wezen en zonen van soldaten, die worden opgeleid op kosten van de Kroon. (..) Politieofficieren, die op acht tot tien passen van elkaar stonden, markeerden de rechte lijn, waarbinnen de soldaten moesten blijven. De eerste keer marcheerden ze in rijen van drie, op de maat van een droefgeestige mars. Voor de tsaar gekomen deden ze zo hun best, dat ze samen één machine leken te vormen. Vlak voor ons verslapten de rijen een beetje. Maar toch waren alle experts het met elkaar eens, dat de houding van deze troepen uniek was.'
 
Eind juli 1825 werden er voorbereidingen getroffen voor de terugreis naar de Lage Landen. Marie Cornélie moest nu alle familieleden van de tsaar en diens hofhouding af om afscheid te nemen. Ze betrad voor het laatst het appartement van de oude tsarina Maria Fjodorovna, die de freule van Wassenaer zo goed had leren kennen: 'Ze wist wel, zo zei ze, dat ik niet van de grote wereld hield, noch van het hofleven. Ik antwoordde haar dat ik inderdaad de voorkeur geef aan het rustige en geïsoleerde leven op het platteland. (..) Volgens haar was men het eenzaamst in de wervelwind van het gezelschapsleven (..) De tsarina stond toen op en nam op werkelijk ontroerende wijze afscheid van ons. Ze gaf Pauline haar zegen en sloot ons beurtelings in haar armen. Het was de enige keer dat ze ons toestond haar hand te kussen.'
Met lood in haar schoenen was de schrijfster van het dagboek in Sint-Petersburg aangekomen maar bij het vertrek wierp ze een laatste blik over het water van de Neva, de prachtige paleizen en bruggen en ze schreef: 'Het speet me Peterburg te verlaten (..) ook omdat we hier in alle opzichten zo warm waren ontvangen dat we aan de stad wel een zeer aangename en dankbare herinnering moesten bewaren.'
 
De terugreis leek sneller te verlopen dan de heenreis en ze schreef met meer bewondering over de dorpen en landschappen die passeerden. Eind augustus bereikten ze Brussel en eindelijk, eind september 1825 was Marie Cornélie van Wassenaer terug op haar geliefde Kasteel Twickel.