Globeblogger
 
 
Koud een uurtje varen op het Beagle Channel vanuit de haven van Ushuaïa, ‘s werelds zuidelijkste stad, en opeens begeeft de motor van de catamaran het. Daar dobber je dan op ijskoude, diepblauwe en woelige baren met witte schuimkoppen.
 
Plots is het pottenkijken omgekeerd. Hulpeloos dobbert de boot nabij een rode vuurtoren. Tientallen toeristen die zich net nog vergaapten aan zeeleeuwen en watervogels zijn nu zelf kijkvoer. Al lijkt onze pech de arctische schepsels koud te laten.
 
De opvarenden reageren uiteenlopend op het nieuws dat de Massimo niet meer verder kan en terug gesleept moet worden naar de haven door de Elisabetta, een zusterschip van rederij Canoero. Bluf, gelatenheid, maar ook angst.
 
Ik kijk naar de oranje zwemvesten en dito reddingsboeien. Wat moet je ermee hier? Spring overboord in het ijzige water en je belandt acuut in shock. Een opblaasbare drysuit, dat kou en water buiten houdt, zou hier een beter optie zijn. Brrr.
 
Ondanks het vriendelijke, maar dringende verzoek om toch vooral te gaan zitten, blijven her en der mensen staan. Allemaal mannen, die elkaar in stoerheid proberen te overbluffen. Een aantal kost het moeite ‘relaxt’ te staan. Sneu. Geen van de vrouwen staat.
 
In een poging zijn zenuwen de baas te blijven, kwaakt de ouwe Braziliaan tegenover me onophoudelijk. Onafgebroken roffelt hij met zijn vingertoppen op tafel. Hij klinkt paniekerig. Mijn Portugees is slecht, maar de dood moet aanstaande zijn.
 
De groep lange Hollandse motorrijders verderop gooit het over de stoere boeg. Staand analyseren deze beste stuurlui de situatie. De langste kerel, met grote grijze snor, vindt het onverantwoord dat het zusterschip  de Elisabetta de Massimo langszij sleept.
 
Een andere motorrijder- een clownsversie van Wim de Bier, met rossige krulsnor en ronde brillenglazen - slaat amper acht op de gebaren van zijn vriend. Hij maakt zich vooral druk of hij nog wel een blikje bier krijgt. Uiteindelijk krijgt hij zijn zin.
 
De bemanning buiten maakt met vereende krachten de boten aan elkaar vast met dikke, gele touwen. Grote, oranje skippyballen worden tussen de wild bewegend boten gehouden. Het kan niet voorkomen dat de boten nu en dan hard tegen elkaar klappen.
 
Alles wordt vastgelegd op foto en video van ramptoeristen bij het raam. Met hun camera’s filmen ze de zwoegende bemanning. Er klinkt tevredenheid als een matroos weer eens een grote, ijskoude golf zeewater over zich heen krijgt: dat staat er mooi op.
 
Na twee uur pruttelen bereiken we veilig de haven. Tot grote opluchting van een aantal misselijke passagiers die het laatste stuk met plastic kostzakjes bij de uitgang hebben doorstaan. Op slag is iedereen vrolijk. Ieder krijgt zijn geld terug of een nieuw kaartje.
 
Ik ga voor de laatste optie, ook al moet ik daardoor een stevige wandeling door nationaal park Terra del Fuego (Vuurland) schrappen. Maar ach, ik heb me een paar dagen geleden in het Park van de Pijn als het zweet voor de ogen gelopen.
 
Bij de herkansing, daags erop, is het weer aanmerkelijk prettiger. De stralend blauwe hemel is een fraai decor voor de Magelaanse pinguïns waar de boot gisteren ver vandaan bleef. Het zijn komische beestjes, deze olijke waggelaars.
 
Op de terugweg passeren we wederom de rots met zeeleeuwen en watervogels, die met honderden de harde, koude en golven trotseren. Nu en dan stijgt een aalscholver als een F16 tegen de wind op, om zich oerend hard weg te laten blazen. Spectaculair.
 
Vol zelfvertrouwen manoeuvreert de kapitein die gisteren nog de meerdere moest erkennen in de elementen, de Massimo vlak tegen de rots. De wind is aangezwollen tot instant ijsmaker. Een minuut in de volle wind en je oren zijn rode, krokante paprikachips.
 
Een papiertje in de olieleiding veroorzaakte gisteren het defect, legt een bemanningslid nog maar eens uit. Hoe dat daar kwam? Niemand heeft een idee. Het toont maar aan hoe ook de modernste moderne technologie geen garanties kan bieden.
 
Zeker in dit onherbergzame deel van de wereld. Ik vraag me af hoe de eerste ontdekkingsreizigers het hier ooit hebben kunnen rooien. Geen verwarming, fleece, Goretex, radio en satellietnavigatie. En vast nu en dan ook pech. Wat een helden.
dinsdag 23 oktober 2007
Pech in pinguïnland Click4Cash!
Help me de site geregeld te verversen. Click nu en dan op een advertentie. Van de opbrengst kan ik in cybercafés foto’s, films en blogs uploaden.