Spectaculair en bizar, een middagje polo aan de rand van Buenos Aires. Spectaculair omdat de mannen op merries heel wat rossen en hengsten, tegen de bal en mekaar. En bizar, vanwege de hele elitaire entourage: kraampjes met bier, cola, Mercedes en kunst.
Wel komisch dat je om deze elitesport te kunnen zien in Hurlingham (of ‘Choerlienghem’, zoals de Argentijnen zeggen). met de trein eerst wat mindere buitenwijken van Buenos Aires passeert voor je het polo-, cricket- en golfterrein bereikt.
Zelfs op de ‘generale’-tribune, de goedkoopste en dus minste van drie publieksklassen, viel ik nog aardig uit de toon. Om me heen allemaal mensen gekruid met parfum en gestoken in merkkleding. Op hun neus bijna zonder uitzondering een oversized zonnebril,
Daar zat ik dan in mijn spijkerbroek, die ondanks herhaalde waspogingen maar niet meer helemaal vlekvrij wil worden. En mijn pluizige sufgedragen zwarte fleece. Gelukkig had ik me wel nog drie dagen geleden geschoren. Ik heb wel meer baard gehad.
Ik had voor d gelegenheid op zijn minst een van mijn vier polo’s aan kunnen trekken, in plaats van mijn outdoor Skin2000 wollen T-shirt. Maar ja, de wasdag was weer een aanstaande. En dat flodderige blauwe shirtje was mijn laatste met korte mouwen.
Terwijl achter me medewerkers van ambassades en multinationals in het Spaans en Engels babbelden over beleid, kantoorroddels, rondgemaakte deals en binnengesleepte bonussen, richtte ik me maar op het vertier van de dag, de wedstrijden.
Vooral de tweede wedstrijd (filmpje), tussen Chapa Uno en El Paraiso was top. Topteams. En extra bijzonder omdat bij beide teams elk drie broers meespelen. ‘Chapa’ was in het verleden zelfs een broerskwartet. Tot een van hen omkwam, in het verkeer.
Op zich een simpele sport, dat polo. Lijkt het. Twee teams van vier mannen op paarden, die een bal met langgenekte hamers al rijdende tussen een doel van twee palen moeten meppen. Maar als je goed kijkt zie je dat de regels toch best complex zijn.
De sport vergt lef, zo verraden de twee ambulances naast het veld. Er wordt gerost en gehengst. Met de hamers tegen de harde houten bal, die dan hoog, dan weer laag vliegt. Nu en dan worden klappen de paarden en berijders vol op elkaar. Bodychecks.
De ambulances hoeven vandaag maar twee keer het veld op te rijden. En nog voor kleine pijntjes ook. De jockeys kunnen allen de wedstrijd vol maken. Iets wat je niet van alle paarden kunt zeggen. Een aantal valt - ondanks de scheenbeschermers, geblesseerd uit.
Polo is natuurlijk ook een sport van geld. Heel veel geld. Voor een kwartet van vier spelers heb je een complete renstal nodig. Ik schat dat ze tijdens deze wedstrijd per team twee dozijn paarden hebben gebruikt. Zwarte, witte, bruine. Ongelofelijk.
De vele verzorgers hadden het er maar druk mee. De paarden warmrijden, zorgen dat ze op tijd klaar staan voor een wissel, zodat de spelers zonder de grond te raken op een vers ros kunnen springen. Om dat weer af te rossen. Volgende!
En dan te bedenken dat de betere teams toernooien in binnen- en buitenland afreizen, met de complete renstal erbij. Net als het Formule1-circus, maar dan met heel wat minder technologie. En paardenkrachten...
Zoveel geld als er op het veld is, zo veel zie je ook rond het veld. Mercedes-Benz heeft speciaal voor dit toernooi, dat op tv wordt uitgezonden, naast het veld een puike (openlucht) showroom gebouwd. Bij elke glanzende bolide staat een lekkere pitspoes.
Want dit is natuurlijk wel Argentinië. De vrouwen laten hier graag zien wat ze in de aanbieding hebben. Strakke truitjes, krappe broekjes en rokjes, blote ruggen, uitgesneden decolletés. Knappe jongen die zich hier in de pauzes verveelt.
Voor wie alle spektakel en andersoortige opwinding niet aan kan, is er voldoende andere afleiding. Kunstgalerieën tonen dure schilderwerken in tenten en je kunt ook een luxe appartement kopen bij de stand van een chique makelaarskantoor.
Je zou bijna het polo vergeten. Panta Uno - El Paraiso lijkt lang af te stevenen op een gelijkspel of nipte zege van een van beide teams. Maar uiteindelijk perst het team van de Hugey-broers, Panta Uno dus, er nog een formidabele eindspurt uit: 17 - 13.
Terwijl paarden en ruiters bijkomen van hun inspanning, borrelt het publiek na temidden van de Mercedessen en dure kunst. Met twee creditcards op zak aarzel ik even, maar neem dan toch maar de armeluistrein. ‘s Avonds eet ik Chinees, tussen het plebs.