aaiFoon 3G
aaiFoon 3G
vrijdag 11 juli 2008
Acht jaar geleden, juli 2000, werden in Nederland de “derde generatie” mobiele telefonie frequenties geveild met een opbrengst van 6 miljard gulden. KPN had net een succesvolle beursgang achter de rug. Telecombedrijven maakten elkaar gek met hemelbestormende toekomstprognoses, de een nog gekker dan de ander. De toekomst was draadloos. De eerste generatie mobiele telefoons was analoog en al lang weer verdwenen. De tweede generatie, de GSM’s, was digitaal en een groot succes. De derde generatie, breedband, zat er aan te komen en daar moest je bij zijn. Dus kon de staat UMTS frequenties verkopen voor meer geld dan wie dan ook verwachtte. Een jaar later barstte de internetzeepbel en konden de telecombedrijven hun wonden likken.
Acht lange jaren lang bleven Nederlanders (en andere wereldburgers) ijverig hun 2G mobiele telefoontjes gebruiken zonder ooit een pink uit te steken naar breedband. 2G is een geweldig succes. Geredeneerd vanuit de vraagzijde is het fantastisch om niet aan een draadje vast te zitten; dat je je telefoon ook op straat kunt gebruiken, bij oma Toos of in het klaslokaal, dat loont de moeite. Vanuit de aanbodzijde is het ook aantrekkelijk: het graven van kabelgoten naar woningen is zo maar te monopoliseren, een radiofrequentie is makkelijk opgezet. Met mobiele telefonie is het ineens mogelijk voor nieuwe aanbieders een plek in de markt te veroveren. En in landen waar nooit een vast telefoonnet is aangelegd kun je met weinig moeite hele nieuwe markten aanboren. 2G mobiele telefonie heeft de wereld veroverd, geen twijfel mogelijk.
De verleiding is groot de verwachtingen voor 3G aan het succes van 2G te relateren.
Toen...
We wachtten acht jaar, er gebeurde niets.
Wat zou er moeten gebeuren dan? De hogepriesters van de moderne technologie vonden dat we mobiel televisie moesten gaan kijken. Hetzelfde saaie acht uur journaal met Harmen Siezen bekijken, maar dan op een schermpje van twee centimeter doorsnede in de bijwagen van de tram. De consument bedankte, bleef zijn telefoon als telefoon gebruiken om te vertellen dat hij om acht uur thuis zou zijn. En als er dan toch Harmen Siezen gekeken moest worden dan onderuitgezakt in de huiskamer op de bank.
Wat zou er moeten gebeuren dan? Nee, ik ga niet zeggen dat er geen ontwikkeling is, integendeel. Maar de ontwikkeling is altijd kronkeliger, onverwachter, verrassender dan de rechte lijn die de technologische toekomstvoorspellers schetsen. Een mobiel breedband datanetwerk houdt nog steeds een grote belofte in, een belofte die de samenleving kan veranderen, alleen de samenleving heeft tijd nodig om te veranderen en nieuwe patronen te ontwikkelen die van de nieuwe mogelijkheden gebruik maken.
Om in 2000 de potentie van 3G te doorgronden had je misschien beter aan die andere hype kunnen meedoen en een kinderboek kunnen lezen. J.K Rowling’s reeks “Harry Potter” beschrijft een bizarre wereld waarin ongelofelijke dingen mogelijk zijn an alle natuurwetten op hun kop lijken te staan (zonder afbreuk te doen aan een aantal fundamentele dilemma’s). Een mooi voorbeeld is de Marauder’s Map in The Prisoner of Azkaban uit 1999, een kaart waarop je de bewegingen van de mensen om je heen kunt volgen. Dit soort mogelijkheden beïnvloeden het verloop van het verhaal; dan blijkt dat de tegenstanders van Harry Potter ook onvermoede mogelijkheden en krachten hebben, dat maakt het spannend.
Vandaag, 11 juli 2008, brengt Appel de 3G iPhone uit. Een apparaatje dat al net zo’n “overtrokken” hype is als de Harry Potter reeks. Vandaag zou een waterscheiding kunnen zijn tussen 2G mobiele telefonie en 3G mobiele datacommunicatie. De overeenkomst tussen Jo Rowling en Steve Jobs is dat zij de gave hebben hun tijd te verstaan en tegelijk de fantasie verder te denken dan het bestaande.
Het grappige is dat een van de functies die de iPhone aantrekkelijk maken erg lijkt op de Marauder’s Map: zie welke mensen er bij je in de buurt zijn.