Tariefintegratie
Tariefintegratie
maandag 16 juni 2008
Lang geleden, nog voor de val van de Berlijnse Muur, droomden idealisten er van dat je met één kaartje in heel Nederland met het Openbaar Vervoer zou kunnen reizen. Met de auto kon je immers van deur tot deur reizen, daar moest het Openbaar Vervoer iets tegenover stellen. Eigenlijk moest de overstap worden afgeschaft, maar het minste wat je kon doen was er voor zorgen dat je voor één reis niet drie verschillende kaartjes nodig had. Dit ideaal heette Tariefintegratie en werd in 1980 met de invoering van de Strippenkaart deels verwezenlijkt (deels, want NS heeft altijd een eigen tarief gehouden). In de discussie van nu over de OV-Chipkaart zieken de idealen van toen nog steeds door, maar ze worden niet bij naam genoemd en dat is jammer.
Tariefintegratie leidt tot een vorm van planeconomie: alle inkomsten gaan in een grote pot en worden daar vandaan met een verdeelsleutel verdeeld. Net als andere vormen van planeconomie is het geschoeid op een basis van vertrouwen en rationaliteit die op een beperkte schaal kan werken. Als het systeem klein genoeg is zo dat de deelnemers elkaar kunnen kennen en vertrouwen, als er een centraal gezag is dat het geheel op basis van rationaliteit kan overzien en tekortkomingen kan compenseren, dan is het een principe dat goed kan werken.
Maar, net als bij andere vormen van planeconomie, als het systeem groter en complexer wordt krijgt het perverse trekken. Verandering van reizigersaantallen, verandering van inkomsten, werkt door de centrale verdeelsleutel vertraagd en onnauwkeurig door. OV exploitanten die zich inzetten voor verbetering worden afgestraft, zij dragen wel de kosten maar ontvangen in onvoldoende mate de opbrengsten van de verbetering. OV exploitanten die het laten versloffen worden beloond, zij kunnen lekker rustig aan doen en ondervinden daarvan nauwelijks nadelen.
Het Ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft alles geprobeerd om de prestatie van OV exploitanten te kunnen beoordelen maar uiteindelijk de handdoek in de ring gegooid. Ze erkennen dat ze simpelweg niet kunnen beoordelen of ‘s morgens om tien over acht een bus van Klazienaveen naar Coevorden moet rijden. Dus is de zeggenschap over openbaar vervoer overgedragen aan de regio en aan de “markt”.
Het zou logisch zijn als de tariefstructuur de politieke beweging van decentralisatie en marktwerking gevolgd was. Decentralisatie impliceert dat de geldpot door de regio, niet de nationale regering, beheerd moet worden. Marktwerking impliceert dat je geld ziet als een belangrijk stuurinstrument, dus invloed wilt hebben op de hoogte van het tarief en consequenties wilt dragen van meer of minder inkomsten. Het zou logisch zijn als de Nationale Strippenkaart was gesplitst in even zo vele regionale strippenkaarten waarbij iedere regio de vrijheid had gekregen structuur en hoogte van het tarief naar eigen inzicht aan de passen. Dat is niet gebeurd.
De reden waarom het niet gebeurd is is duidelijk: niemand durfde het heilige huisje van de Tariefintegratie aan te raken. Maar de vervoerbedrijven willen van de tariefintegratie af, al jaren, want ze voelen heel goed dat het hun in hun bedrijfsvoering beperkt. Dit is een van de doelstellingen waarmee de OV-Chipkaart is opgezet.
Je zou de OV-Chipkaart kunnen zien als een soort cover-up operatie. De reiziger moet bij ieder vervoerbedrijf een apart kaartje afrekenen maar mag het niet merken. Dus maken we een soort portemonnee waar de reiziger geld in kan doen en waar ieder vervoerbedrijf geld uit kan halen en we zeggen dat we niet een portemonnee maar een vervoerkaart hebben gemaakt. Zoiets.
De gevolgen zijn wel komisch: op het perron van Amsterdam Amstel staan nu twee verschillende soorten Chipkaart zuilen. Het ontwerp is totaal verschillend, het logo dat er op staat is identiek. Ontwerp 1 is in gebruik en geplaatst door GVB, ontwerp 2 is nog niet in gebruik en geplaatst door NS. Omdat je straks gewoon voor elke reis apart moet gaan betalen moet je als je van NS op GVB overstapt eerst je Chipkaart bij NS uitchecken en vervolgens bij GVB weer inchecken.
Of je dat als reiziger snapt, of je weet dat het ene chipkaartlogo bij NS hoort, het andere bij GVB en dus twee keer je kaart bij een lezer moet houden? Nee, natuurlijk niet. Natuurlijk is hier sprake van een potsierlijke vertoning van de Nieuwe Kleren van de Keizer. Natuurlijk gaat het straks toch weer anders lopen.
Ondertussen blijf ik eigenwijs denken dat we onszelf zo veel gedoe en moeite zouden kunnen besparen als we gewoon hardop zouden durven uitspreken dat Nationale Tariefintegratie niet meer van deze tijd is.