In Nederland gebeurt alles vijftig jaar later...
In Nederland gebeurt alles vijftig jaar later...
zondag 18 mei 2008
Als inkomsten teruglopen dan ga je als bedrijf bezuinigen. Het risico van bezuinigen is dat dit ten koste gaat van de kwaliteit waardoor klanten weglopen en de inkomsten verder afnemen, de zogenaamde neerwaartse spiraal die in het openbaar vervoer maar al te bekend is. Wellicht heeft deze neerwaartse spiraal te maken met technologische vernieuwing: inkomsten van de ‘oude’ techniek lopen terug omdat de ‘nieuwe’ techniek marktaandeel overneemt. Nu kan het zijn dat vertegenwoordigers van de ‘oude’ techniek niet goed in staat zijn de voordelen van de ‘nieuwe’ techniek over te nemen, deze misschien zelfs niet goed begrijpen en dus hun toevlucht nemen tot relatief domme bezuinigingen.
Openbaar vervoer is de ‘oude’ techniek, auto is de ‘nieuwe’ techniek en de neerwaartse spiraal heeft zich natuurlijk het sterkste voorgedaan in die markten waar het openbaar vervoer in onze huidige optiek ook helemaal niets te zoeken heeft.
Maar ik wilde het nu even niet over vervoer hebben maar over nieuwsvoorziening. Want het lijkt er op dat de ‘oude’ media op dit moment een neerwaartse spiraal doormaken in concurrentie met het internet. Door de komst van het internet (maar ook andere ontwikkelingen zoals gratis krantjes) is concurrentie om de aandacht van de consument flink toegenomen. Hierdoor neemt het aantal betaalde krantenabonnementen af evenals de advertentie inkomsten voor traditionele media en die moeten dus bezuinigen.
Dat bezuinigen gebeurt door de productiviteit van verslaggevers op te voeren: in plaats van twee kolommen te vullen moet de gemiddelde verslaggever nu drie en volgend jaar vier kolommen vullen. De bezuiniging is effectief, op korte termijn, maar gaat ten koste van de kwaliteit. Journalisten hebben minder tijd om zelf op zoek te gaan naar nieuws, om feiten te checken en om te reflecteren. De krant wordt steeds meer gevuld met informatie die rechtstreeks wordt overgenomen van persbureaus en PR afdelingen.
Als nieuwsconsument heb ik hier last van. De hoeveelheid tekst wordt steeds groter, de hoeveelheid relevante informatie steeds kleiner, het vinden van de relevante informatie steeds meer het zoeken van een speld in een hooiberg. Dat geld zowel voor mijn algemene nieuwsvoorziening, de krant die dagelijks op mijn deurmat valt, als voor mijn vakinformatie over verkeer en vervoer.
Goed: dan ben ik hier op het punt in mijn column gekomen dat ik in tirade zou kunnen ontsteken tegen de moderne nieuwerwetsigheden die een teloorgang inhouden van waardevolle waarden en tradities en tot hel en verdoemenis zullen leiden. Ik zou kunnen aankondigen dat ik een schuilplaats zoek of gevonden heb waar, in afwachting van betere tijden, waar de vernieuwing haar verwoestende werking nog even uitstelt: “Als de wereld vergaat dan ga ik naar Nederland want daar gebeurt alles vijftig jaar later.”
Maar in feite doe ik juist het tegenovergestelde: mijn aandacht wordt getrokken naar het oog van de cycloon: Amerika, Silicon Valley. Ik download het Amerikaanse televisiejournaal. Ik volg websites en blogs met berichtgeving juist over die technologische vernieuwing. En op de een of andere manier bevredigt dan mijn nieuwsgierigheid, behoefte aan diepgang en intellectuele uitdaging.
Het toverwoord is Web 2.0, de inhoud die daar aan gegeven wordt is “social web” ofwel het vertalen van sociale interactie naar webtechnologie. Die sociale interactie is niet nieuw, ons leven hangt aan elkaar van sociale netwerken. Opinievorming is afhankelijk van sociale netwerken: collega’s die elkaar kennen, vakgenoten die elkaar kennen, directeuren die elkaar kennen, bestuurders die elkaar kennen, directeuren die bestuurders kennen en uiteindelijk de elite van de samenleving die elkaar regelmatig op diverse gelegenheden tegenkomt en de richting van de samenleving bepaalt.
Die sociale netwerken worden bepaald door de beschikbare technologie: neem de spreekwoordelijke dorpspomp voor ogen en je snapt wat ik bedoel. Doordat de dorpspomp een ontmoetingsplek creëert ontstaat een forum waar de dorpspolitiek besproken kan worden. Onze dorpspomp wordt bepaald door auto’s die heen en weer rijden tussen Congrescentrum en borrel bij Golden Tulip, door televisie en gedrukte media. Niets mis mee, die moderne techniek biedt ons een schaalsprong en welvaartstoename ten opzichte van die armoedige dorpjes.
Wat ze in Silicon Valley doen is die sociale netwerken onderbrengen op het Web. Dat biedt schaal- en snelheidsvoordelen: je bespaart reistijd, je hebt met meer mensen interactie dan op een borrel en je hoeft niet op de verschijningsdatum van een gedrukte uitgave te wachten. En ze ontwikkelen technieken om véél specifieker te zijn zodat je wèl de speld in de hooiberg kunt vinden.
Mijn temperament maakt dus dat ik me niet beklaag over de teloorgang van oude waarden maar juist over het feit dat de vernieuwing van techniek niet snel genoeg gaat, omdat ik door de Nederlandse nieuwsvoorziening niet bediend word met het kwaliteitsniveau dat ik van de Amerikaanse heb leren waarderen. Maar ook dat is weer heel dom van me want het concurrentievoordeel van de nieuwe techniek is zo evident dat die er heus wel komt. Zo lang de nieuwe techniek niet in Nederland is aangekomen zijn er kansen marktaandeel op de oude orde te winnen, zoals de goede oude Albert Heijn zijn supermarktimperium gebouwd heeft op kennis die hij ooit in Amerika heeft afgekeken.