IK BEN DIE IK BEN
Het verhaal bij het 3- luik
Misschien heb je ze nog, zo’n vriendenboekje, of als je wat ouder bent, een poëzie album. Mijn zoontje van vier heeft ook een vriendenboekje en regelmatig krijgt hij van klasgenootjes er 1 om in te vullen. Maar omdat hij nog niet kan lezen en schrijven (hij vindt zelf trouwens van wel, hij schrijft op alles wat papier is ook als het behang heet) vult Joke het voor hem in. De eerste vraag is Wat is je naam: Jozua. Tweede: Mijn lievelingsdier is: Panter Thijs De volgende is: Hoe kennen jullie elkaar? Jozua gaf een antwoord wat mij verraste: “Hij heeft zijn naam tegen mij gezegd......”
Hij heeft zijn naam gezegd en daarom ken ik hem. Prachtig!
Je naam zegt iets over wie je bent. Maakt je uniek en waardevol. Daarom wil ik je graag voorstellen aan drie personen die vertellen hoe ze heten en waarom!
De eerste persoon die ik aan jullie wil voorstellen, komen we tegen in de woestijn.
Als je een bijbel bij je hebt, pak Exodus 3 er maar bij..
Paneel 1
MOZES ontmoet God
Mozes Exodus 3 en 4
“Mozes, aangenaam, mijn naam betekent: ‘Uit het water getogen of gered’.
Ex-prins, half Egyptenaar en half Hebreeër. O ja, ik heb ook iemand vermoord en daarom ben ik hier. En wie ben jij?”
Daar staat hij dan: de gevluchte prins. Geadopteerd. Uitgespuugd door zijn eigen volk en op de vlucht voor de macht van de farao. Nu in dienst als herder bij een woestijnvolk.
Van Godenzoon (nu zijn dat de voetballers, toen waren dat de zonen van de Farao) tot iemand die de hele dag tegen de kont van een de schaap aan kijkt. Waardeloos voelt hij zich. Hij hoort nergens bij. Misschien herken je dit wel en hoor je in de klas ook bij geen enkele groep. Je bent nergens echt goed in. Of herken je dit gevoel als je op je werk er niet echt bij hoort omdat je anders bent; niet zo praat als de meeste collega’s. Mozes is geen echte Egyptenaar en geen echte Hebreeër. Als asielzoeker komt hij aan in Midjan bij de priester Jetro. Daar word hij warm opgenomen en trouwt er (zo kan het dus ook). Hier in de woestijn lijkt Mozes’ leven verder te kabbelen. Hij is een no-body: geen papieren, geen beroep, geen God. Hoezo een waardevol leven?
Dat gaat veranderen! Lees Exodus 3 vers 1 - 5. Dit staat in de bijbel
Van schrik doet Mozes een stap achteruit. We zien hier zijn voetafdrukken in het woestijnzand. Mozes’ voetafdrukken zijn zichtbaar omdat God hem gebiedt zijn schoenen uit te doen (Ex. 3 vers 5). Mozes zag vaker een brandend braambos in de gortdroge woestijn, maar één die niet verteert (Ex. 3 vers 3). en die praat...... dat verandert hem in een schaduw van zichzelf. Mozes is helemaal overdonderd door de God van zijn voorvaderen. De god van Abraham, Isaak en Jakob. Een god die tot hem spreekt en hem een opdracht geeft om terug te gaan naar zijn grootste angst: Egypte! De plaats waar hij voor vluchtte. De laatste plaats waar hij heen wil. Vol twijfel, angst en onzekerheid gaat hij nog meer stotteren: “M-m-m-maar als het volk vraagt: hoe is de naam van de God van onze vaderen?” “Ik ben, die Ik ben. Je moet tegen de Israëlieten zeggen: Ik ben heeft mij tot jullie gezonden. (Ex. 3 vers 14).” Dit is de eerste keer dat God zijn naam noemt. “Ik Ben, Ik ben er bij. Ik zal zijn wie ik zijn zal.” Zo stelt God zich voor. Mozes sputtert en stottert. Hij ziet zijn opdracht niet zitten. God komt hem te hulp en geeft twee tekens: de staf en de genezing van zijn hand. Mozes vindt zichzelf niet geschikt; een waardeloze spreker (hij lijkt op ons). Dan wordt Ik Ben boos: “ik stuur je je broer, hij zal je mond zijn.”s
Uiteindelijk gaat Mozes . Hij verlaat de berg Horeb waar hij veel later met het volk terug zal keren. Om opnieuw Zijn stem te horen en te merken dat God hem zeer waardevol vindt. De God die hem de tien leefregels en het leiderschap van zijn volk geeft!
Vanuit dit vuur spreekt God met Mozes (Ex. 3 vers 4). Vanuit dit vuur lopen strengen van de braamstruik vol dorens van pijn naar het tweede paneel van Jezus. Ik ben laat jaren later nog meer van zich zelf zien in de persoon van Jezus. Ik wil jullie graag voorstellen aan de man van vlees en bloed, die dezelfde woorden sprak: ’Ik Ben’
Paneel 2
Jezus’ Ik ben-woorden
Jezus zie je, opkomend uit het doopwater. Ook hij is gedoopt.
De mens van wie Johannes de Doper zei: Hij zal u dopen met vuur, Johannes 4:13.
Jezus zijn naam betekend: Verlosser, Redder, Zaligmaker.
Hij stelt zich voor met de woorden Ik ben. Als ik dan terug denk aan wat mijn zoontje Jozua antwoordde op de vraag: “Hoe kennen jullie elkaar?” “Hij heeft zijn naam gezegd”. Door Zijn naam weten we dat hij een persoonlijke God is, aanspreekbaar op zijn naam.
Een God die ons waardevol vindt en ook ons roept bij onze naam. Ik Ben gaat nu een stap verder: Hij zegt niet alleen ‘Ik ben ‘. Deze woorden worden zichtbaar in een mens van vlees en bloed: Jezus.
Ik ben
de Wijnstok
Om de benen van Jezus heen zie je dat de strengen van de braamstruik zijn veranderd in uitlopers van de wijnstok, met daar aan druiventrossen. De pijn van de doorns van de braam verwijzen naar de doornenkroon. Deze doorns veranderen in vruchten omdat Hij zijn leven geeft voor zijn vrienden. Hij zegt van zich zelf: “Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken”. Als iemand in mij blijft en ik in hem, zal hij veel vrucht dragen. Maar zonder mij kun je niets doen. (Joh 15 vers 5)” Ik kom daar op terug.
Ik ben
het Licht van de wereld
Als vuur op het hoofd van Jezus. Hier valt pinksteren samen met de woorden:
“Ik ben het licht van de wereld; wie Mij volgt zal nooit in de duisternis wandelen,
maar hij zal het licht van het leven hebben (Joh. 8 vers 12)” Jezus zelf had de vervulling van de Geest nodig door de doop en de verzoekingen in de woestijn (Lucas 4 vers 14). Vuur dat door de Heilige Geest binnen in ons wordt aangestoken. Alleen dit vuur kan het gat in onze ziel vervullen. Onze minderwaardigheidsgevoelens geneest en maakt Hij draagbaar. Ons verwrongen zelfbeeld wil hij helpen weer juist te weerspiegelen. Het vuur van de Geest verlicht onze duisternis en laat ons zien wie we echt zijn. Zodat we na bevrijding, van alles wat ons lam slaat, weer ervaren dat we Koningskinderen zijn. Waardevol, kostbaar en kwetsbaar.
Ik ben
de Goede Herder
De meeste papa’s en mama’s kennen de vraag tijdens een boswandeling of het winkelen.
Je bent voor je gevoel net aan het lopen en dan ergens net boven je knie hoor je een stemmetje dat vraagt: “Papa, ik ben zo moe, wil je me dragen?”
Ken je dat gevoel, dat je je handen uitstrekt naar je hemelse vader en zegt: “Papa, wil je me dragen?” Hier draagt Jezus ons als een herder zijn lammetje. Hij zegt: “Ik ben de goede herder : Ik ken de mijnen en de mijnen kennen Mij ( Joh. 10 vers 14)”.
Heb jij het lef om je zo kwetsbaar als een kind op te stellen? Durf jij je stoere houding even te vergeten en te zeggen: “Papa ....wil je me dragen?”
Ik ben
het levend Water
Jezus komt uit het watern en zegt van zichzelf: “Ik ben het levend water!
Wie gedronken heeft van het water dat Ik hem zal geven, zal geen dorst krijgen in eeuwigheid; maar het water dat Ik hem zal geven, zal in hem worden tot een fontein van water, dat springt ten eeuwige leven. (Joh. 4 vers 14)”.
Geen dorst meer naar eindeloze bevestigingen en complimentjes.
Niet meer eindeloos vragen om aandacht omdat je je anders waardeloos voelt.
Jezus zet een stop op jou niet te bevredigen afvoer, zodat Zijn liefde in je leven blijft staan.
Ik ben
het Brood
Op het derde paneel vinden we het levende brood.
“Ik ben het levende brood, dat uit de hemel is neergedaald. Als iemand van dit brood eet, hij zal in eeuwigheid leven; en het brood, dat Ik geven zal, is mijn vlees, voor het leven van de wereld (Joh. 6 vers 51)”. Straks bij het avondmaal zullen we dit symbool ervaren. Brood wat ons verbindt met Jezus en zijn leven, wat Hij voor ons gaf. Niemand heeft grotere liefde dan hij die zijn leven over heeft voor zijn vrienden.
Het zijn Jezus’ woorden die Hij zelf waar maakt!
Ik ben
het Leven en
Ik ben de rots
Jezus zegt keer op keer tegen ons: “Vertrouw op Mij, bouw op Mij, Ik ben als een rots. Wees niet bang dat je bedrogen uitkomt. In mij sta je vast”. Jezus heeft recht van spreken omdat hij op de rots Golgota laat zien dat God Zijn schepping, ons, niet los laat maar voor ons uit gaat dwars door de dood en de hel heen. Hij zegt: “Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven (Joh. 11 vers 25)”.
.........
Mooie geloofswoorden, maar geloof je het zelf?
Ja, op zo’n moment als dit... maar straks thuis is het gewoon weer taai.
Je baan roept, studiepunten binnen halen, gewoon aan de bak.
Dat is nuchtere visserstaal. Laat mij aan je voorstellen ...
Paneel 3
Petrus de rots
Johannes 21
“Shalom, ik ben Simon. Dat betekent gehoorzamende. Mijn vrienden noemen me Petrus. Jezus is daar mee begonnen. Hij zag in mij een waardevolle rots, waar hij op kon bouwen (Joh 1 vers 42). Dat was zijn eerste vergissing. Petrus de rots! Evn geloofde ik het zelf, maar nee, ik ben Simon: een gehoorzame, waardeloze mee loper.
Laten we eens kijken; we vinden hem terug in de verte, in zijn oude vissersboot.
Hoe komt het dat Petrus de vleesgeworden desillusie is? Hij doet als of hij niet geroepen is. Hij heeft alles gedaan en geprobeerd, maar het liep op niks uit. Het bedrijf van zijn vader opgegeven. Drie jaar achter Jezus aan gelopen en naar Hem geluisterd. Te vuur en te zwaard heeft Hij Jezus verdedigd. Hij zou zijn leven geven voor Jezus. Jezus draaide het om en waarom? Simon snapt het niet. Na een verwarrende periode na het verraad wist hij het niet meer en is hij terug bij af in de vissersboot. Maar zelfs dat mislukt. Niks gevangen en opnieuw draait Jezus het om. Wat een desillusie: een timmerman die een visser vertelt waar de vis zit! Jezus herinnert hem zo aan de wonderbaarlijk visvangst toen ze elkaar net leerden kennen en Johannes heeft het door: ‘Het is de Here’ (Joh. 21 vers 7). Petrus’ haantjesgedrag vlamt op: hij springt in het water en zwemt naar het strand.
Daar staat hij met zijn voeten in het water en met lege handen.
Hij voelt zich mislukt en waardeloos als vriend, als visser, als rots.
Vijf broden, 2 vissen en een vuur. De hoogte- en dieptepunten van de wonderbaarlijke spijziging en zijn verraad bij het vuur tollen door zijn hoofd.
Ook Jezus lijkt mee te gaan in deze houding.
Drie keer een vraag en zijn oude naam.....
“Simon, zoon van Johannes, hebt jij Mij lief? (Joh 21 vers 17)? Dwars door deze pijnlijke confrontatie heen van zijn verraad, komt Jezus terug op de belofte dat Hij in hem de rots ziet. Hij neemt hem mee terug in de tijd. De plaats van verraad. Het vuur en de 3 vragen tegenover zijn 3 leugens. Opnieuw een maaltijd. Dit herinnert aan zijn roeping toen hij de wonderlijke spijziging mocht meemaken. 5 broden en 2 vissen werden gedeeld met duizenden (Marcus 6 vers 41 en Luc 9 vers 16).
Het brengt Petrus terug naar de laatste maaltijd waar Jezus hem de voeten wastte. Ook toen protesteerde hij nog. Nu niet meer..... “U weet dat ik u lief heb”.
Dat is alles wat hij nog heeft: zijn liefde voor Jezus. Dat is alles wat God vraagt.
Simon is waardevol voor Jezus, hij krijgt drie keer een opdracht.
Petrus wordt in ere hersteld. “Weid mijn lammeren, hoed mijn schapen, weid mijn schapen”.
Maar hoe? Hoe voorkomt Petrus dat het opnieuw op niks uitloopt, want op zijn manier lukte het niet!
Hoe wil Jezus dán dat wij hem volgen?
Hoe kunnen wij Hem volgen en zo waardevolle mensen zijn? Hoe houd je dat vol?
De sleutel zit in deze veer! De veer van de duif die op Petrus en ook op ons keer op keer wil neerdalen. Die Geest maakt dat we niet door het zwaard of door onze geestelijke spierballen Gods wil doen.
Achterzijde 3 luik
Blijf in mij
“Blijf in mij. Wie dat doet, die draagt veel vrucht”.
We zijn terug bij de woorden van Jezus: “Ik ben de wijnstok”.
Een mensenkind in de baarmoeder. Op het formaat van een volwassen mens geschilderd. De plek waar God ons al kent en ziet wie we zijn. “Eer Ik u vormde in de moederschoot, heb Ik u gekend (Jer. 1 vers 5)”. Ook de psalmdichter schrijft er over: “Want Gij hebt mijn nieren gevormd, mij in de schoot van mijn moeder geweven (Ps 139 vers 13)”.
Nooit komt er meer een fase in je leven waarin je zo snel groeit zonder dat jij je dat bewust bent. Bij mij in de tuin staan appelbomen en nog nooit heb ik krampachtig gehoord: “Ik moet vruchtdragen, ik moet appels produceren, dat moooééét!!!”
Groei kan alleen op een natuurlijke manier. Binnen negen maanden groei je van voor het oog onzichtbaar naar een compleet mensenkind. Door de navelstreng gevoed. De voeding- en bloedtoevoer lopen door deze verbindingsstreng, maar ook de afvalstoffen worden via deze band met moeder afgevoerd. Zo intens verbonden wil God de vader met ons zijn, als Hij met zijn Geest in ons komt wonen. Zo zijn we terug bij de tekst: “Als iemand in mij blijft en ik in hem, zal hij veel vrucht dragen. Maar zonder mij kun je niets doen (Joh 15 vers 5)”. Jij bent waardevol. God gelooft in jou Hij heeft zijn zoon gegeven voor jou. Pak het cadeau van Zijn leven en Zijn Geest aan. Pak het uit. Wees zo waardevol voor je buurvrouw, je collega, voor *de wijk waar in woont. De wereld heeft jou nodig. Blijf in Hem die tegen jou zegt: IK BEN ER BIJ! IK ZAL ZIJN WIE IK ZIJN ZAL en je draagt als vanzelf véél vrucht!
André Bikker, juni 2007
Er is ook een serie schilderijen rondom het thema lijden. Een waardevol onderwerp om samen via beeld bij stil te staan.